We belong together

Over waarom mensen pas kunnen verbinden wanneer ze zich veilig voelen.

Vector 2
IMG 8369 2

De afgelopen tijd schreef ik over veiligheid.

Over veiligheid in de openbare ruimte.
Over veiligheid in organisaties en teams.
En over veiligheid in onszelf.

Maar als veiligheid het fundament is, dan ontstaat daarna vanzelf de volgende vraag:

wat gebeurt er eigenlijk wanneer een mens zich écht veilig voelt?

Volgens Maslow ontstaat pas ná veiligheid ruimte voor verbinding. Voor belonging. Voor liefde, gemeenschap, samenwerking en zingeving.

En misschien is dat precies waar deze tijd zo naar verlangt.

Niet alleen naar meer huizen.
Niet alleen naar meer kantoren.
Niet alleen naar meer zorg, onderwijs of beleid.

Maar naar meer echte verbinding tussen mensen.

Want de mens is uiteindelijk niet gemaakt om in isolatie te leven.

"We belong together."

Dat begint letterlijk thuis.

Met een huis.

Een plek waar een mens zich veilig voelt.

Niet alleen fysiek veilig, maar ook emotioneel, psychologisch en functioneel.

Een plek waar rust is.
Waar ruimte is om jezelf te zijn.
Waar je zenuwstelsel niet voortdurend “aan” staat.
Waar je kunt herstellen, slapen, spelen, praten, ontspannen en opladen.

Dat klinkt misschien logisch.

Maar juist daar gaat het vandaag de dag op veel plekken mis.

We bouwen huizen steeds kleiner.
Wijken steeds efficiënter.
Levens steeds voller.
En ondertussen voelen steeds meer mensen zich opgejaagd, overprikkeld, eenzaam of onveilig.

Alsof we de menselijke maat ergens onderweg zijn kwijtgeraakt.

Dat heeft gevolgen.

Niet alleen voor het individu, maar ook voor relaties, gezinnen, organisaties en uiteindelijk de samenleving als geheel.

Want een kind leert veiligheid niet uit een boek.

Een kind leert veiligheid via de mensen om hem heen.

Via ouders die aanwezig zijn.
Die emotioneel beschikbaar zijn.
Die rust uitstralen.
Die liefde, aandacht, begrenzing en veiligheid kunnen bieden.

Psycholoog Martin Appelo gebruikt daarvoor de prachtige metafoor van de “kapotte kiepauto”.

Wanneer ouders zelf onvoldoende liefde, aandacht, veiligheid of emotionele beschikbaarheid hebben ontvangen, kunnen zij dat vaak ook niet volledig doorgeven aan hun kinderen. Niet uit onwil, maar omdat hun eigen bakje al niet goed gevuld was.

Hechtingsonderzoek laat zien dat ongeveer 40% van de mensen veilig gehecht is. Dat betekent dus tegelijkertijd dat een groot deel van de mensen in meer of mindere mate onveilig gehecht opgroeit.

Dat zie je later terug in:

  • relaties
  • zelfbeeld
  • stress
  • burn-out
  • verslaving
  • controle
  • perfectionisme
  • bindingsangst
  • verlatingsangst

En uiteindelijk ook in hoe mensen leidinggeven, samenwerken en samenleven.

Organisaties werken eigenlijk verrassend vergelijkbaar met gezinnen.

Ook daar kijken mensen voortdurend, vaak onbewust, naar de “ouderfiguren” in het systeem.

De leiders.

Amy Edmondson, hoogleraar aan Harvard en wereldwijd bekend van haar werk over psychologische veiligheid, laat zien dat teams pas goed functioneren wanneer mensen zich veilig voelen om:

  • fouten toe te geven
  • vragen te stellen
  • twijfels uit te spreken
  • risico te nemen
  • zichzelf te laten zien

Zonder angst voor afwijzing, schaamte of vernedering.

Psychologische veiligheid ontstaat dus niet door controle.

Maar door vertrouwen.

En precies daar zie je weer dezelfde dynamiek terug als thuis.

Want een leider die zelf voortdurend onder spanning staat, emotioneel overvraagd is of nooit heeft geleerd hoe veiligheid voelt, zal die veiligheid vaak ook moeilijk kunnen doorgeven aan anderen.

Niet omdat die leider slecht is.

Maar omdat mensen uiteindelijk vooral doorgeven wat ze zelf hebben ervaren.

En daar komt iets interessants bij.

Niet alleen mensen, maar ook gebouwen hebben invloed op ons gedrag en ons zenuwstelsel.

De gebouwde omgeving doet namelijk veel meer met ons dan we vaak denken.

Een ruimte kan ons:

  • tot rust brengen
  • creativiteit stimuleren
  • ontmoeting faciliteren
  • veiligheid laten voelen

Maar een ruimte kan ons ook:

  • onder spanning zetten
  • overprikkelen
  • isoleren
  • controleren
  • vermoeien

Licht. Akoestiek. Kleur. Materiaal. Groen. Geur. Privacy. Openheid. Looproutes. Plinten.
Plekken om elkaar toevallig tegen te komen.

Alles beïnvloedt hoe wij ons voelen en gedragen.

En toch behandelen we gebouwen vaak nog alsof het vooral efficiënte machines zijn.

Terwijl gebouwen uiteindelijk het decor vormen van ons dagelijks leven.

Van opvoeden.
Van leren.
Van zorgen.
Van samenwerken.
Van liefhebben.
Van ontmoeten.

Een plek is nooit neutraal.

"Een plek vormt ons."

Misschien zie je dat nergens zo letterlijk terug als bij muziek en concerten.

Afgelopen weekend was ik bij concerten van Harry Styles en van Suzan & Freek.

En opnieuw realiseerde ik me daar hoe ongelooflijk verbindend muziek eigenlijk is.

Tienduizenden mensen in één ruimte.
Vreemden van elkaar.
En toch voel je collectief dezelfde energie.

Je zingt samen.
Je beweegt samen.
Je voelt samen.

En ineens vallen verschillen weg.

Dat gebeurt niet toevallig.

Ook daar speelt de gebouwde omgeving een enorme rol in.

Een stadion dat normaal wordt gebruikt voor voetbal, onze volkssport nummer één, verandert ineens in een plek van verbinding, emotie en collectieve beleving.

En juist dat contrast vind ik interessant.

Waar voetbal in essentie draait om competitie, winnen en verliezen, wij tegen zij, zie je tegelijkertijd dat die dynamiek in onze maatschappij steeds verder lijkt te polariseren.

We kiezen een kamp.
Een kleur.
Een mening.
En gaan daar vervolgens tegenover elkaar in staan.

Bij concerten gebeurt vaak bijna het tegenovergestelde.

Daar ontstaat juist tijdelijk een gevoel van eenheid.

Niet omdat iedereen hetzelfde is, maar omdat muziek mensen voor even verbindt op emotie in plaats van op standpunt.

En juist daarin zie je hoe sterk een plek en een omgeving onze ervaring beïnvloeden.

Dat gevoel van verbinding ontstaat niet alleen door de muziek zelf.

Het ontstaat ook door hoe een ruimte is ontworpen om mensen samen iets te laten beleven.

De positionering van het podium.
Het licht.
De looproutes.
De schermen.
De manier waarop artiesten interactie aangaan met het publiek.

Alles beïnvloedt hoe mensen zich voelen en hoe ze elkaar ontmoeten.

Bij Suzan & Freek hadden ze bijvoorbeeld een kisscam.

Op papier misschien iets kleins.

Maar in werkelijkheid gebeurde er iets heel moois.

Mensen begonnen naar elkaar te kijken.
Te lachen.
Elkaar vast te pakken.
Het stadion reageerde mee.

Voor even voelde een enorme massa mensen niet meer als losse individuen, maar als gemeenschap.

En misschien is dat precies wat muziek doet.

"Muziek verbindt."

Niet digitaal.
Niet via een scherm.

Maar via gedeelde ervaring.

Via voelen.

Misschien geldt datzelfde eigenlijk ook voor leren, ontwikkelen en betekenis vinden.

We leven in een maatschappij waarin we steeds meer individueel proberen op te lossen.

Alsof inzicht iets is dat je vooral alleen achter een laptop moet kunnen bedenken.

Ik merkte dat zelf ook.

Als iemand mij de koude vraag stelde: “wat is jouw purpose?”
of: “waar ligt jouw passie precies?”

…en ik moest dat alleen achter mijn computer bedenken voor mijn website of in een coachingstraject, dan gebeurde er vaak helemaal niets.

Dan ontstaat eerder een soort writersblock.

En misschien maken we het onszelf daarin vandaag nog moeilijker.

Want steeds vaker kiezen mensen ervoor om hun vragen eerst aan AI te stellen, in plaats van aan een ander mens.

Terwijl juist het échte gesprek vaak iets opent wat geen enkele zoekmachine of tool kan vervangen.

Want juist in gesprek met anderen begint het bij mij te stromen.

Door vragen.
Door nieuwsgierigheid.
Door andere perspectieven.

Alsof de puzzelstukjes pas zichtbaar worden in relatie tot een ander mens.

Eigenlijk is mijn hele onderneming zo ontstaan.

Niet in isolatie.
Maar in ontmoeting.

In gesprekken.
In spiegels.
In verbinding.

Dat werd laatst opnieuw bevestigd tijdens een gesprek met een vriendin.

Ze vroeg of ik met haar wilde sparren omdat ze niet goed tot de kern kwam van haar passie.

Ze wist alleen: “iets met skiën en skiles geven.” Maar hoe dat zich moest vertalen naar haar werk, wist ze niet.

Dus begon ik simpelweg met de vraag: “Kun je nog terug naar het moment waarop je je studiekeuze maakte?”

Toen vertelde ze dat ze vroeger eigenlijk tolk had willen worden. En ineens voelde ik: daar zit de sleutel.

Want een tolk is in essentie een vertaler. Iemand die werelden met elkaar verbindt.

En langzaam ontstond in ons gesprek een veel bredere laag.

Misschien lag haar passie niet alleen in skiën of sport op zichzelf, maar in het verbinden van werelden die normaal los van elkaar worden gezien. Zoals tussen werk en privé. Maar ook:

Tussen natuur en gebouwde omgeving.
Tussen welzijn en prestatie. 
Tussen commercieel en maatschappelijk.
Tussen fysieke en mentale gezondheid.
Tussen topsport en toegankelijk bewegen voor iedereen.

We begonnen hardop te dromen.

Over plekken waar topsport en revalidatie samenkomen.
Over gebouwen die bewegen stimuleren.
Over sportlocaties die toegankelijk voelen voor mensen met én zonder een beperking.
Over architectuur, kleur, materiaal en inrichting die mensen uitnodigen om zich vrijer, vitaler en sterker te voelen.

Drie uur later liep ze zichtbaar opgelucht naar buiten.

Niet omdat ineens alles vastlag.

Maar omdat er richting was ontstaan.

Ruimte.
Rust.
Samenhang.

En precies dat fascineert mij.

Sommige inzichten ontstaan blijkbaar niet in afzondering, maar juist tussen mensen.

"Samen kom je verder dan alleen."

En misschien is dat vandaag belangrijker dan ooit.

Want we leven in een tijd waarin we steeds meer verbonden lijken… maar ons tegelijkertijd steeds eenzamer voelen.

We daten online.
Werken online.
Vergaderen online.
Leren online.
Vriendschappen spelen zich af via schermen.

Ondertussen verdwijnen steeds meer spontane ontmoetingen uit het dagelijks leven.

Vroeger ontmoetten mensen elkaar:

  • in de kroeg
  • via sportverenigingen
  • op het werk
  • in buurthuizen
  • op straat
  • tijdens het reizen
  • op schoolpleinen

Nu leven we steeds vaker naast of langs elkaar in plaats van mét elkaar.

En juist dat baart me zorgen.

Want verbinding ontstaat niet alleen door communicatie.

Verbinding ontstaat door ontmoeting.

Door oogcontact.
Door lichaamstaal.
Door samen lachen.
Door stilte.
Door aanwezigheid.

Door simpelweg samen in dezelfde ruimte te zijn.

Misschien is dat ook waarom zoveel jongeren vandaag worstelen met sociale verbinding.

Steeds meer docenten en werkgevers signaleren dat jongeren moeite hebben met:

  • bellen
  • face-to-face gesprekken
  • conflicten aangaan
  • spanning verdragen
  • nieuwe mensen aanspreken

Niet omdat ze zwakker zijn, maar omdat ze zijn opgegroeid in een wereld waarin een groot deel van menselijk contact digitaal is geworden.

En dus moeten we misschien opnieuw nadenken over de vraag:

hoe ontwerpen we een samenleving die echte ontmoeting weer faciliteert?

Niet alleen via gedrag.

Maar ook via de gebouwde omgeving zelf.

Hoe ontwerpen we:

  • buurten
  • scholen
  • kantoren
  • pleinen
  • horeca
  • woonconcepten
  • wachtruimtes
  • stations
  • zorgomgevingen

zó dat mensen elkaar weer daadwerkelijk ontmoeten?

Niet alleen functioneel.

Maar menselijk.

Volgens mij begint dat ook al thuis en in het onderwijs.

Door kinderen niet alleen cognitieve kennis aan te leren, maar ook:

  • emotionele vaardigheden
  • lichaamsbewustzijn
  • creativiteit
  • samenwerken
  • omgaan met stress
  • communiceren
  • reflecteren

Niet ieder kind leert optimaal door acht uur stil te zitten achter een tafeltje.

Sommige kinderen leren via bewegen.
Via muziek.
Via creativiteit.
Via gesprek.
Via ervaren.

En misschien zouden we mentale gezondheid veel minder moeten benaderen als iets dat pas aandacht krijgt wanneer iemand vastloopt, maar als iets dat vanaf jonge leeftijd onderdeel mag zijn van opvoeding en onderwijs.

Net zoals sport dat is.

De afgelopen jaren ben ik zelf steeds meer gaan begrijpen hoe belangrijk verbinding eigenlijk is.

Niet alleen romantische liefde.

Maar juist ook vriendschap.
Gemeenschap.
Gelijkgestemden.
Mensen bij wie je volledig jezelf kunt zijn.

Na mijn scheiding ontstond er ruimte voor nieuwe verbindingen in mijn leven.

En wat mij daarin het meest heeft geraakt, is dat sommige van de diepste verbindingen niet ontstonden vanuit bloedbanden of geschiedenis, maar vanuit herkenning.

Vanuit gedeelde waarden.
Openheid.
Veiligheid.
Kwetsbaarheid.

Ik heb de afgelopen anderhalf jaar de kracht van vrouwelijke vriendschappen op een manier leren kennen die ik eerder nooit zo heb ervaren.

Vrouwen die er zijn wanneer het niet goed gaat.
Die voelen wanneer er iets speelt.
Bij wie niets te gek is om bespreekbaar te maken.

Mensen bij wie je niet hoeft te presteren.
Niet perfect hoeft te zijn.
Niet “aan” hoeft te staan.

Dat heeft mij doen beseffen dat familie misschien breder is dan alleen bloedbanden.

Dat gemeenschap ook kan ontstaan vanuit gekozen verbinding.

De afgelopen periode realiseerde ik me dat nog op een heel andere manier.

Namelijk tijdens het opstellen van mijn testament.

Want op het moment dat je jezelf de vraag stelt:
“aan wie zou ik mijn kinderen toevertrouwen als ik er zelf niet meer ben?”

…wordt ineens haarscherp zichtbaar wat familie voor jou werkelijk betekent.

En wat mij daarin misschien nog wel het meest raakte, is dat mijn keuzes uiteindelijk niet primair zijn gevallen op mensen met wie ik een bloedband deel.

Maar juist op mensen die onderdeel zijn geworden van mijn gekozen familie.

Mensen die dezelfde waarden leven.
Die veiligheid kunnen bieden.
Die emotioneel beschikbaar zijn.
Die mijn kinderen niet alleen praktisch, maar ook emotioneel en intellectueel zouden kunnen begeleiden op een manier die past bij wie ik ben en waar ik in geloof.

Soms zelfs beter dan mensen uit je eigen bloedlijn.

Dat besef vond ik ergens confronterend, maar tegelijkertijd ook ontzettend geruststellend.

Omdat het me opnieuw liet zien dat echte verbinding uiteindelijk niet alleen ontstaat door afkomst.

Maar door:
vertrouwen,
veiligheid,
waarden,
liefde
en aanwezigheid.

Het geeft me rust dat ik dat nu zo heb geregeld.

Een paar weken geleden gebeurde er iets kleins dat dat voor mij prachtig samenvatte.

Sinds ik hier woon hoor ik ’s ochtends vroeg altijd een klein kindje buiten met een oudere vrouw.

“oma, kijk!”
“ja schat, oma komt eraan.”

Ik had ze nog nooit gezien, alleen gehoord.

Tot ik ze laatst op straat tegenkwam.

Het kindje kwam naast me steppen en vroeg mij:
“hoe gaat het met jou?”

Ik maakte een praatje en vroeg aan de vrouw (Paula, mijn buurvrouw van een paar deuren verderop, weet ik nu inmiddels):
“is dit uw kleinkind?”

Ze glimlachte.

“Nee hoor,” zei ze.
“mijn oppaskind.”

En ineens dacht ik:

"je hoeft helemaal geen bloedband te hebben om een veilige haven voor iemand te zijn."

Misschien is dat uiteindelijk waar we opnieuw aan hebben te bouwen.

Aan een samenleving waarin ontmoeting weer mogelijk wordt.
Waarin mensen zich gezien voelen.
Waarin we opnieuw leren verbinden.
Waarin gebouwen niet alleen efficiënt zijn, maar menselijk.

Waarin serendipiteit ruimte krijgt.

Omdat juist in die toevallige ontmoetingen misschien wel alles ontstaat:

  • vriendschap
  • liefde
  • gemeenschap
  • samenwerking
  • belonging

Dat is uiteindelijk ook wat ik bedoel met My Beloved Community.

Niet terug naar vroeger, maar vooruit naar een nieuwe vorm van gemeenschap.

Een samenleving waarin mensen opnieuw leren:

"we belong together."

Vector 1
Sheila Hicks 8

Klaar om de ruimte
op te zoeken?

Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.

Vector
Sheila Hicks 4