Over de Provada, harnassen en de prijs die we soms betalen om erbij te horen.

Geen sieraden. Geen badge. Geen zorgvuldig gekozen outfit.
Geen visitekaartjes. Geen elevator pitch. Geen LinkedIn-profiel.
Geen harnas.
Gewoon Sheila.
En terwijl ik nog een beetje slaperig naar mijn spiegelbeeld keek, moest ik ineens denken aan daten. Aan die beroemde morning after. Dat moment waarop je naast iemand wakker wordt die je de avond ervoor hebt ontmoet.
De make-up is verdwenen. Het haar staat alle kanten op. De zorgvuldig gekozen woorden zijn op.
En ineens denk je: "Oh, dit ben jij dus echt."
Of misschien nog spannender: "Dit ben ik dus echt."
Laten we eerlijk zijn. Twee dagen lang lopen we met elkaar rond in onze mooiste versie.
De mooiste outfit.
De mooiste stand.
De mooiste deal.
De mooiste pitch.
De mooiste LinkedIn-titel.
En soms ook een licht opgepoetste versie van onszelf.
Door een werkgever.
Door een klant.
Door een investeerder.
Door een partner.
Door een groep.
Door de wereld.
En precies daar ging mijn eerdere artikel We Belong Together over.
Niet omdat het een mooie titel is, maar omdat het misschien wel onze diepste menselijke behoefte is.
Maslow wist het al.
Nog vóór zelfontplooiing, nog vóór succes, nog vóór betekenis, willen we ergens bij horen.
Misschien verklaart dat ook waarom twee meisjes van tien in mijn directe omgeving vorige week besloten om voor veertig euro aan lipgloss te stelen.
Niet omdat ze slechte kinderen zijn, maar omdat een populair meisje uit de klas heel veel lipgloss had en zij daar ook bij wilden horen.
Ze werden betrapt en mochten een bezoek brengen aan het politiebureau. Waarschijnlijk een ervaring die ze niet snel vergeten.
Maar wat mij vooral trof was dit:
Alleen de verpakking.
Als kind stelen we lipgloss om erbij te horen.
Als volwassenen verzamelen we titels.
Functies.
Status.
Deals.
Diploma's.
Volgers.
Netwerken.
En soms zelfs hele identiteiten.
Mag ik erbij horen?
Ben ik goed genoeg?
Misschien werd ik deze week nog wel het meest herinnerd aan dit alles door iets heel anders.
Mijn zoon kreeg gisteren te horen dat hij gezakt is voor zijn eindexamen.
Natuurlijk was dat verdrietig en hadden we gehoopt op een andere uitslag. En natuurlijk moest dat even landen.
Maar nadat de eerste schrik was gezakt, gebeurde er iets moois.
We aten taart na het nieuws. En gisteravond zijn we gewoon uit eten gegaan. Precies zoals we vooraf hadden afgesproken.
Niet omdat de uitslag er niet toe doet, maar omdat hij er veel meer toe doet. Zijn examenresultaat veranderde niets aan hoe trots we op hem zijn. Niets aan wie hij is. Niets aan het feit dat hij erbij hoort.
Sterker nog...Binnen een uur ontstonden er alweer gesprekken over nieuwe mogelijkheden.
Over Italiaans leren.
Over werkervaring.
Over een tussenjaar in combinatie met het behalen van certificaten.
Over zomervakanties die nu opeens wel in de planning passen.
Over een jaar extra thuis met zijn zus.
Niet omdat we de teleurstelling wegpoetsen, maar omdat het leven groter is dan één uitslag. En terwijl ik daar zat, realiseerde ik me iets.
Misschien zijn we als volwassenen niet zoveel anders dan kinderen.
Aan cijfers.
Aan promoties.
Aan functies.
Aan omzet.
Aan deals.
Aan titels.
Aan de vraag of we gekozen worden.
Ben ik nog steeds goed genoeg als ik faal?
Ben ik nog steeds geliefd als de uitkomst anders is dan gehoopt?
Volgens mij begint belonging precies daar. Niet wanneer alles lukt, maar wanneer iemand naast je blijft zitten als het niet lukt.
Een haat-liefdeverhouding.
Ik vind het leuk en tegelijkertijd doodvermoeiend.
Niet vanwege de mensen, maar vanwege het toneelstuk dat we soms met elkaar opvoeren. Want de vastgoedsector is niet anders dan de rest van de wereld. Alleen zijn we er soms iets efficiënter in geworden.
We meten.
Vergelijken.
Optimaliseren.
Benchmarken.
Presteren.
Of groei.
Of marktpositie.
Of business development.
Of...laten we eerlijk zijn...wie de langste heeft.
De grootste deal.
De grootste portefeuille.
De grootste stand.
De grootste...
Ach, je snapt het idee.
Sterker nog.
Ik heb jarenlang gedacht dat ik harder moest worden om mee te kunnen doen.
Zo bracht de eerste dag van de Provada mij onverwachts terug naar een gesprek dat inmiddels negen jaar geleden heeft plaatsgevonden.
Een oud-collega, die ik zeker 9 jaar niet had gezien, stuurde me een bericht. Of eigenlijk: een oude werkvriendin. Iemand met wie ik jarenlang lief en leed had gedeeld en met wie ik menig gesprek heb gevoerd over trouwen, zwangerschappen, kinderen, carrière en over vrouw zijn in een mannenwereld.
We waren ooit ontzettend close en ergens onderweg raakten we elkaar kwijt. Niet met ruzie, maar langzaam schurend. Zoals dat soms gaat.
Tijdens onze koffie op de Provada vertelde ze me iets wat me diep raakte.
Ze zei dat ze mij destijds had zien verharden. Dat ze voelde dat ik niet meer dezelfde Sheila was. Dat ze me niet meer als de vriendin ervoer die ze kende.
Negen jaar geleden had ik mezelf waarschijnlijk verdedigd en uitgelegd waarom zij ongelijk had. Maar nu niet, want ik wist direct dat ze gelijk had.
Ik zie dat nu ook.
Dus ontwikkelde ik iets anders.
Hardheid.
Zakelijkheid.
Bescherming.
Een harnas.
En zij voelde dat.
Wat ik nu begrijp, is dat wij elkaar toen precies spiegelden wat we moesten zien. Alleen waren we nog niet in staat om het gesprek daarover te voeren. Daarvoor moesten we eerst allebei groeien.
Niet dat je altijd bij elkaar blijft.
Dat je soms afstand nodig hebt om jezelf terug te vinden. En elkaar later opnieuw te ontmoeten.
Niet ondanks die tussenliggende jaren, maar dankzij die tussenliggende jaren. Want echte groei ontstaat zelden door succes. Echte groei ontstaat door pijn.
Door ongemak.
Door falen.
Door spiegels die je liever niet had gekregen.
En soms door mensen die precies op het juiste moment uit beeld verdwijnen.
Om precies op het juiste moment weer terug te keren.
Omdat ik het harnas thuis had gelaten.
Vooraf had ik mezelf namelijk maar één opdracht gegeven: ga spelen.
Niet presteren.
Spelen.
Dus maakte ik een video.
Niet om indruk te maken, maar om mensen uit te nodigen voor een beter gesprek. Een menselijker gesprek.
En wat er vervolgens gebeurde had ik niet zien aankomen. Overal waar ik liep kreeg ik knuffels. Dikke knuffels.
Van mensen die ik soms jaren niet had gezien. Mensen die vertelden dat ze mijn artikelen lezen.
Mijn posts volgen.
Mijn reis hebben gevolgd.
Mensen die nooit liken.
Nooit reageren.
Nooit zichtbaar zijn.
Maar die het wel lezen.
En die me vervolgens opzochten om dat te vertellen.
En ineens besefte ik iets. Misschien was dit wel de bevestiging van alles waar ik de afgelopen jaren over heb geschreven.
Dat verlangen naar verbinding. Naar echtheid. Naar ergens bij horen. Een verlangen dat niet alleen in mij leeft, maar in iedereen. Ook op de Provada.
Juist op de Provada.
Onder alle badges.
Onder alle titels.
Onder alle deals.
Onder alle harnassen.
Iedereen wil liefde.
Iedereen wil gezien worden.
Iedereen wil ergens bij horen.
Iedereen wil geliefd zijn.
Toen ik stopte met indruk maken, begon ik mensen echt te ontmoeten. Toen ik stopte met presteren, ontstonden de mooiste gesprekken. Toen ik stopte met mijn licht te dimmen, vonden de juiste mensen mij vanzelf.
Zoals Jay Shetty zo mooi zegt:
Niet op de Provada, maar gewoon in het dagelijks leven.
Na het nieuws over mijn zoon was ik vooral bezig met iedereen om mij heen. Met hem. Met mijn ex. Met mijn moeder.
Met zorgen.
Met regelen.
Met sterk zijn.
Zoals we dat allemaal doen.
Totdat ik na mijn sporttraining in de auto stapte. En ineens voelde ik het.
Verdriet.
Schuld.
Twijfel.
Was dit anders gelopen als ik andere keuzes had gemaakt?
Was dit anders geweest als ik vorig jaar niet had besloten weg te gaan bij de vader van mijn kinderen?
Ik weet rationeel dat het antwoord 'nee' is.
Ik weet dat weggaan noodzakelijk was.
Ik weet dat jezelf verliezen uiteindelijk niemand helpt.
Ook je kinderen niet.
Maar dat betekent niet dat die gedachten niet bestaan. En dat betekent niet dat ze geen pijn doen. Pas in die auto gingen de tranen stromen. Niet omdat het verdriet er ineens was, maar omdat het eindelijk ruimte kreeg.
Het beschermt ons niet alleen tegen de buitenwereld. Het beschermt ons soms ook tegen onszelf.
Tegen wat we eigenlijk voelen.
Tegen wat gezien wil worden.
Tegen wat gehoord wil worden.
En op dat moment realiseerde ik me dat ik helemaal geen oplossing miste. Ik had geen advies nodig. Geen analyse of rationele verklaring. Ik verlangde naar iets veel eenvoudigers.
Iemand die even naast me kwam zitten. Die niet wilde fixen of oplossen, maar gewoon aanwezig was. Die ruimte hield voor wat er in mij leefde.
Niet dat iemand je redt, maar dat iemand blijft zitten wanneer jij je harnas afdoet.
Het mooiste voorbeeld daarvan zat misschien wel aan mijn eigen samengestelde tafel bij de Provada.
Een groep ondernemers.
Conceptontwikkelaars.
Architecten.
Merkenbouwers.
Allemaal verschillend en tegelijkertijd verrassend hetzelfde.
Bijna allemaal duo's.
Een blauwe en een gele.
Een realist en een dromer.
Een structuurbrenger en een rebel.
Iets willen achterlaten. Die zien dat er een systeemverandering nodig is.
Wat ik daar zag gebeuren was bijzonder.
Binnen tien minuten waren de harnassen verdwenen.
Niemand was aan het pitchen. Niemand was aan het verkopen. Niemand hoefde de slimste van de tafel te zijn.
Er was nieuwsgierigheid.
Openheid.
Humor.
Kwetsbaarheid.
Het voelde een beetje als een werkfamilie.
Of misschien beter...een samengesteld gezin.
Mensen die elkaar niet hadden uitgekozen, omdat ze hetzelfde zijn, maar omdat ze dezelfde waarden delen.
Veiligheid.
Vertrouwen.
Verbinding.
Niet grotere organisaties, maar kleinere afstanden tussen mensen.
Niet hiërarchieën, maar ecosystemen.
Niet collega's, maar werkfamilies.
Maar dat is misschien een verhaal voor een volgend artikel.
In organisaties.
In executive search.
In toezichthoudende functies.
In leiderschap.
We selecteren op titels, diploma's, cv's...Op buitenkant, terwijl de kwaliteit vaak veel dieper zit.
In de mens.
In karakter.
In nieuwsgierigheid.
In het vermogen om te verbinden, om te groeien, om jezelf onder ogen te komen.
Omdat we verliefd worden op de make-up.
En vergeten te kijken wie er de volgende ochtend wakker wordt.
Marcus Aurelius schreef ooit:
De afgelopen jaren ben ik die vraag steeds beter gaan begrijpen.
Onze status.
Onze reputatie.
Onze functie.
Onze positie.
Ons harnas.
Terwijl niets daarvan werkelijk van ons is.
Alles is tijdelijk.
Alles is geleend.
Alles gaat ooit weer terug.
Dus wat blijft er dan over?
Jij.
Zonder make-up.
Zonder badge.
Zonder titel.
Zonder harnas.
Gewoon jij.
Dat we niet perfecter hoeven te worden.
Niet succesvoller.
Niet groter.
Niet indrukwekkender.
Want uiteindelijk worden we allemaal wakker zonder make-up.
En dan kun je maar beter jezelf zijn.
Anders is het wel heel erg schrikken wanneer je naast jezelf wakker wordt ❤️
Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.