Terug naar start.

Van alle broodkruimels die ik deze maand tegenkwam, had ik niet verwacht dat een post over een beter seksleven me misschien wel de belangrijkste zou geven.
Maar goed. Broodkruimels hebben blijkbaar gevoel voor humor.
De post was van Sas Steysiger en begon met een Monopolybord:
Een beter seksleven? Denk aan Monopoly: ga terug naar start.
Sas schreef over relaties waarin mensen soms jarenlang proberen iets te repareren op de plek waar het probleem zichtbaar wordt. Een nieuw lingeriesetje, een weekend weg, wat vaker daten, terwijl het fundament onder de relatie langzaam kan zijn verzakt.
Haar uitnodiging was om terug te gaan naar de basis. Naar verbinding, veiligheid, communicatie en alles wat zich in de loop der jaren onder de oppervlakte heeft opgebouwd. Eerst weer nieuwsgierig worden naar wat er werkelijk in de binnenwereld van de ander leeft en van daaruit verder bouwen.
Ik las haar post en dacht: Shit. Dit doen we overal.
In relaties en organisaties, met gebouwen en bij een groot deel van de maatschappelijke vraagstukken waar we ons hoofd over breken. Er ligt een probleem en bijna automatisch beginnen we oplossingen te bedenken. We verbeteren, optimaliseren, repareren en vernieuwen, het liefst met een plan, een begroting en een paar meetbare resultaten erbij.
Terwijl we soms eerst terug zouden moeten naar start. Naar het fundament waarop al dat denken en oplossen is gebouwd.
Waar proberen we hier eigenlijk een oplossing voor te vinden? En stellen we wel de juiste vraag?
Die gedachte bleef de afgelopen weken met me meelopen, omdat ik haar ineens overal begon te herkennen.
Vlak na mijn vakantie kwam het project rond het nieuwe clubhuis van Klein Zwitserland weer op gang.
In de uitvraag wordt ons straks gevraagd naar relevante referenties, ons team en honorarium en onze visie op het nieuwe clubhuis. Daarbij hoort ook een eerste beeld van waar functies als entree, horeca en terras zouden kunnen komen en welke architectuur en materialen daarbij passen.
Op zichzelf heel begrijpelijke vragen. Toch gebeurde er iets interessants toen de eerste contouren binnen ons team begonnen rond te zingen.
Er ontstond spanning.
Hoeveel moet je eigenlijk al ontwerpen om te kunnen laten zien hoe je naar een opgave kijkt? Hoeveel tijd en onbetaald werk wil je daarin steken voordat er überhaupt een opdracht ligt? En fundamenteler: hoeveel wíl je in deze fase al vastleggen wanneer je gelooft dat een goed ontwerp juist moet ontstaan vanuit een proces waarin je eerst veel beter begrijpt voor wie en waarvoor je aan het bouwen bent?
Mijn eerste reflex had kunnen zijn om die spanning op te lossen. Ik werd er nieuwsgierig naar.
Want als ons vertrekpunt werkelijk is dat gemeenschap kritieke infrastructuur is, en een clubhuis de fysieke belichaming van die gemeenschap kan zijn, dan heeft dat consequenties voor wat we ontwerpen, hoe we tot dat ontwerp komen én hoe we nu al met elkaar samenwerken.
Daarom wil ik met het team eerst terug naar start. Wat hebben we inmiddels over KZ en haar gemeenschap geleerd? Waar geloven wij gezamenlijk in? En wat betekent dat voor de manier waarop wij deze uitvraag willen beantwoorden?
Ik weet oprecht nog niet hoe ons uiteindelijke antwoord eruit zal zien. Daar hoort wellicht een plattegrond bij, naast stemmen uit de gemeenschap, een ingesproken visualisatie, een procesbeeld of iets waar we nu nog helemaal niet aan hebben gedacht.
Juist daarin kwam een andere vraag boven:
Hoe kunnen we vrij genoeg zijn om werkelijk iets anders te doen en tegelijkertijd verbonden genoeg blijven om mensen daarin mee te nemen?
Ik ben dat vrijheid in verbinding gaan noemen.
Het geldt voor ons antwoord aan KZ én voor onze samenwerking onderling. Ook daarin wil ik ruimte laten voor verschillende stemmen, twijfels, grenzen en ideeën, met voldoende bedding om uiteindelijk samen ergens te komen.
Daaronder begon zich langzaam een grotere vraag af te tekenen:
Als we een andere manier van samenleven willen ontwerpen, zou de manier waarop we samenwerken daar dan niet al iets van moeten laten zien?
Een paar dagen later liep ik onverwacht mijn fairy godmother tegen het lijf. Ze vertelde me over leiders die van een orkest probeerden te leren hoe samenwerking werkt.
Het beeld bleef hangen.
In een orkest heeft iedere musicus een eigen instrument, expertise, geluid en verantwoordelijkheid. De muziek ontstaat doordat al die individuele stemmen zich tot elkaar verhouden. Je luistert, neemt ruimte en geeft ruimte, leidt soms en volgt op een ander moment. Je voelt wanneer jouw stem nodig is en wanneer het geheel beter wordt doordat je zachter speelt.
Iedereen heeft zijn eigen stem. En iedereen luistert.
Dat vind ik inmiddels een veel mooier beeld voor samenwerking dan een team waarin iedereen zo snel mogelijk op één lijn moet worden gebracht. Vrijheid en verbinding zitten elkaar daarin niet in de weg. Ze hebben elkaar nodig.
En ineens zag ik dat dit precies de zoektocht is waar we zelf middenin zitten. Bij KZ, en eigenlijk iedere keer wanneer mensen samen iets proberen te creëren waarvan de uitkomst vooraf nog niet helemaal vaststaat.
Een andere broodkruimel kwam uit een interview met de Deense auteur Emma Holten.
Ze stelde een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: hoe kan het dat iemand in marketing meer verdient dan een verpleegkundige?
Terwijl ik verder luisterde, werd duidelijk dat daar een veel fundamentelere vraag onder ligt.
Holten onderzoekt een blinde vlek in ons economische denken. Eeuwenlang hebben we geleerd naar waarde te kijken door de lens van markten, productie en geld. Ondertussen bleef iets wat noodzakelijk is om die hele economie draaiende te houden grotendeels buiten beeld: zorg.
Ze gebruikt daarvoor een prachtig voorbeeld. Adam Smith, een van de grondleggers van ons economische denken, woonde een groot deel van zijn leven bij zijn moeder. Zij zorgde voor hem. Toch komt haar bijdrage aan zijn leven nergens voor in The Wealth of Nations.
En ineens zag ik opnieuw dat Monopolybord voor me.
Wat als we al eeuwenlang ontzettend zorgvuldig rekenen, terwijl we een deel van het fundament waarop onze berekeningen rusten simpelweg buiten beschouwing laten?
Zonder opvoeding geen werknemers, zonder verzorging geen herstel en zonder mensen die voor elkaar zorgen uiteindelijk ook geen productiviteit. Toch verschijnt zorg in onze economische modellen vooral als kostenpost.
Dat zette me aan het denken over mijn eigen wereld. We kunnen rendement berekenen, vierkantemeterprijzen vergelijken, bezoekersaantallen meten en precies uitrekenen wat een gebouw kost. Veel lastiger wordt het zodra we willen weten wat het waard is wanneer iemand zich ergens thuis voelt, wat een gemeenschap oplevert waarin mensen naar elkaar omkijken of wat het kost wanneer die gemeenschap langzaam verdwijnt.
Daar zit voor mij inmiddels een belangrijke constatering:
We gebruiken niet alleen soms de verkeerde meetlat. We zijn vóórdat we beginnen te meten al een deel van het plaatje kwijtgeraakt.
En dan kun je ongelooflijk precies meten en tóch tot de verkeerde conclusie komen.

Dat deed me opnieuw denken aan Ilka, over wie ik deze maand mijn eerste Levensportret schreef. Een gekrompen trui die voor de één zijn waarde had verloren, kreeg bij haar een nieuw leven.
Het is een klein voorbeeld met een veel grotere betekenis.
Waarde kan er allang zijn voordat wij haar zien. Soms is er alleen iemand nodig die anders kijkt.
Mijn personal trainer gaf me deze maand nog zo'n onverwachte broodkruimel. Hij werkt ook als fysiotherapeut en ziet in zijn behandelkamer veel leiders, bestuurders en directeuren voorbijkomen.
Op basis van wat hij daar door de jaren heen heeft gezien, ontstond bij hem een hypothese: de fysieke pijn waarmee leiders zijn behandelkamer binnenkomen kent lang niet altijd uitsluitend een fysieke oorsprong.
Die gedachte fascineerde me.
Want als een lichaam informatie bevat die in een bestuurskamer nauwelijks wordt meegenomen, vertelt pijn mogelijk een groter verhaal. Over de omstandigheden waarin iemand werkt en leeft, over verantwoordelijkheid en druk, over relaties, betekenis, veiligheid en alles wat een mens met zich meedraagt voordat hij een vergaderzaal binnenloopt.
Ook daar ligt de verleiding op de loer om te beginnen op de plek waar het probleem zichtbaar wordt.
Terwijl de oorsprong ergens anders kan liggen.
Ook hier: terug naar start.
Het deed me opnieuw beseffen hoe gemakkelijk we naar een deel kunnen kijken en denken dat we naar het geheel kijken.
Die gedachte raakte ook aan The Bold and the Beautiful, het meest persoonlijke artikel dat ik deze maand schreef.
Daarin kwam ik via een heel persoonlijke omweg uit bij iets wat steeds fundamenteler onder mijn werk ligt.
Een mens heeft iets nodig om vóór te leven. Purpose, betekenis, iets dat je het gevoel geeft dat jouw aanwezigheid ertoe doet.
En we hebben mensen nodig om mee te leven.
Mensen bij wie we ergens bij horen, die ons zien en met wie we kunnen lachen, bouwen, eten, ruziemaken, vieren en soms gewoon even stil zijn.
Purpose én belonging. Eigenheid én gemeenschap. Vrijheid én verbinding.
En zo lijken al die broodkruimels van deze maand opnieuw naar dezelfde plek te wijzen.
Terug naar start is voor mij inmiddels veel groter dan opnieuw naar een probleem kijken. Het vraagt de bereidheid om af en toe het hele bord weer te bekijken.
Welke vraag hebben we eigenlijk gesteld? Vanuit welk mensbeeld doen we dat? Welke aannames zijn onderweg zo vanzelfsprekend geworden dat we ze nauwelijks meer zien? Welke meetlat gebruiken we om te bepalen wat waardevol is, en welk deel van het plaatje valt daardoor buiten beeld?
Pas daarna kunnen we weer vooruit.
En daar zit voor mij op dit moment de moeilijkste les.
Ik kan ontzettend goed trekken aan iets waarvan ik zie wat het zou kunnen worden. Mensen enthousiasmeren, ideeën aandragen, verbindingen leggen en proberen iets in beweging te krijgen.
Alleen laat samenwerking zich niet trekken.
Het lijkt soms verdacht veel op daten.
Als iemand zegt: "Ik vind je hartstikke leuk, alleen weet ik nog niet of ik tijd voor je wil vrijmaken", kun je nóg harder je best gaan doen om te bewijzen hoe leuk je bent.
Of je kunt luisteren naar wat iemand je eigenlijk vertelt.
Ook dat is informatie.
Vrijheid in verbinding betekent voor mij dat ik mag uitnodigen, verleiden, zichtbaar maken wat er mogelijk is en de omstandigheden creëren waarin iets kan ontstaan.
De ander moet vervolgens zelf willen bewegen.
Dat geldt voor samenwerking, leiderschap, relaties, gemeenschappen en uiteindelijk voor iedere verandering die we proberen teweeg te brengen.
Je kunt het ontstaan zelf niet afdwingen.
En daarmee kom ik terug bij waar mijn vorige Liefdesbrief eindigde: bij de bedding. De ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan.
Ik begrijp inmiddels iets beter wat er gebeurt wanneer je die ruimte daadwerkelijk betreedt.
Je vindt er lang niet altijd het antwoord waarnaar je op zoek was. Soms ontdek je dat je een andere vraag had moeten stellen.
En soms moet je daarvoor even stoppen met dobbelen, naar het bord kijken en teruggaan naar start.
Om van daaruit weer verder te bouwen.
Brood voor onderweg
🎵 Iets om naar te luisteren
'Hou vol, hou vast' van Suzan & Freek en Tabitha
Ik koos dit nummer vanwege de hoop die erin zit en de uitnodiging om samen te blijven geloven in een betere toekomst. Luister daarnaast eens naar hóé het nummer wordt gezongen.
Verschillende stemmen en stijlen die herkenbaar zichzelf blijven en elkaar juist daardoor versterken.
Vrijheid in verbinding klinkt misschien wel ongeveer zo.
📷 Iets om anders naar te kijken
Deze zomer was bij Foam de tentoonstelling Very Modern and Rather Ugly van de Britse fotograaf Martin Parr te zien.
Parr heeft een bijzondere blik op het alledaagse. Stranden, toeristen, eten, consumptie en onze sociale gewoontes worden door zijn lens ineens dingen waar je langer naar gaat kijken.
Alleen de titel van de tentoonstelling bleef al bij me hangen:
Very Modern and Rather Ugly.

Wie bepaalt eigenlijk wat mooi of lelijk is? Wat waardevol of waardeloos is? En met welke meetlat kijken we?
Kijk eens naar de foto's van Martin Parr in deze Liefdesbrief en blijf er iets langer bij dan je normaal zou doen.
Wat zag je als eerste? En wat begon je pas te zien toen je langer keek?
🎲 Iets om terug naar start te gaan
En dan de post waarmee deze hele Liefdesbrief begon. Die van Sas Steysiger.
Over seks en Monopoly.
En uiteindelijk over het moment waarop harder werken aan het zichtbare probleem je niet verder brengt en je terug moet naar het fundament.
Er is vast ergens in jouw leven een vraagstuk waar je al een tijdje aan trekt, repareert, optimaliseert of probeert op te lossen.
Kijk er nog eens naar.
Welke vraag heb je eigenlijk gesteld? Welke meetlat gebruik je? En wat zie je wanneer je teruggaat naar start?
Want soms brengt een beter antwoord ons niet verder.
Soms hebben we een betere vraag nodig.
Liefs,
Sheila
Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.