Levensportret #2
Katuscha Tellegen

Over resonantie.

Vector 2
IMG 7786

Het gekke is dat ik lange tijd dacht dat ik Katuscha vooral hielp.

Ik breng haar af en toe naar een afspraak, doe een boodschap als dat nodig is en blijf wat langer zitten wanneer een kop koffie ongemerkt overgaat in een tweede. Haar geheugen laat haar steeds vaker in de steek en zonder dat we daar ooit woorden aan hebben gegeven, ben ik langzaam één van de mensen geworden op wie ze kan terugvallen.

Pas veel later begon ik me af te vragen of het niet minstens zo vaak andersom is.

We vonden elkaar op een moment waarop onze levens allebei een onverwachte afslag namen. Katuscha was drieëntachtig en moest voor het eerst in haar leven leren ontvangen. Ik was achtenveertig, zat midden in mijn scheiding en probeerde opnieuw vorm te geven aan een leven waarvan ik lang had gedacht dat ik wist hoe het eruit zou zien. Er zit vijfendertig jaar tussen ons, maar ik heb dat leeftijdsverschil eigenlijk nooit gevoeld. Zodra we tegenover elkaar zitten, lijkt het vanzelf te verdwijnen.

Ik hoef mezelf bij Katuscha nooit uit te leggen.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is.

Iedereen kent wel mensen bij wie je eerst een halve voorgeschiedenis moet vertellen, voordat je eindelijk kunt zeggen wat je werkelijk bezighoudt. Bij Katuscha is één zin vaak genoeg. Ze luistert aandachtig, stelt af en toe een vraag en zegt vervolgens iets waardoor ik denk: ja, dat is precies waar het over gaat. Niet omdat ze mijn woorden herhaalt, maar omdat ze ziet wat daaronder ligt.

Dat gebeurde ook toen ik haar vertelde over mijn huwelijk en mijn besluit om te scheiden. Het waren gesprekken die ik in die periode met veel mensen voerde, vaak liefdevol, soms ongemakkelijk, bijna altijd met de behoefte om uit te leggen waarom ik deze keuze had gemaakt. Bij Katuscha voelde dat anders. Ze keek me aan, liet een stilte vallen en zei toen bijna terloops dat ze ons eigenlijk altijd al een bijzondere combinatie had gevonden. Geen oordeel, geen bevestiging van mijn gelijk, alleen een observatie die ergens diep vanbinnen al bij mij leefde en die door haar woorden ineens zichtbaar werd.

Ik denk dat onze band daar veranderde.

Niet omdat we vanaf dat moment meer afspraken maakten of elkaar vaker zagen, maar omdat ik me gezien voelde door een vrouw die een heel ander leven achter zich heeft en tegelijkertijd de taal spreekt die ik zelf ook spreek. We denken allebei in patronen, in verbanden, in wat zich onder de oppervlakte afspeelt. Dat schept een vorm van nabijheid die zich moeilijk laat uitleggen.

Ik merk hetzelfde wanneer ik haar vragen stel.

In het begin deed ik wat bijna iedereen doet. Ik vroeg hoe haar ochtend was geweest, wie er gisteren op bezoek was gekomen of wat ze die week nog op de agenda had staan. Ze dacht na, bladerde soms door haar agenda en glimlachte verontschuldigend wanneer het antwoord zich niet meer liet vinden. Alsof de ochtend al verder weg was dan haar jeugd.

Dat verandert zodra het gesprek een andere afslag neemt.

Ik hoef alleen maar Wassenaar te noemen, het huis waarin ze opgroeide, haar studententijd, de jaarclub, haar kinderen, de mannen op wie ze verliefd is geweest, haar ex-man met wie het huwelijk uiteindelijk strandde of de liefdes die daarna onverwacht op haar pad kwamen. Dan lijkt de tijd zich niets meer aan te trekken van de dementie en zit ik ademloos te luisteren naar een vrouw die haar leven opnieuw voor me openlegt, kamer voor kamer, zonder haast en zonder de behoefte om ergens naartoe te werken.

Over haar moeder vertelde ze met zachtheid, maar nooit geromantiseerd. Er klonk liefde in haar stem en tegelijk de vanzelfsprekendheid waarmee ze al jong was gaan zorgen. Zwaarmoedigheid had een plek aan tafel gekregen in haar jeugd en zonder dat ze het zo benoemde, begreep ik hoeveel verantwoordelijkheid er op haar schouders had gerust.

En dan is er Annetje.

Haar jongere zusje.

Ze kon niet praten.

Katuscha vertelde me dat werd gedacht dat Annetje geen emoties had. Iedere keer als ze dat vertelt, voel ik iets in mij protesteren. Ik ken Annetje alleen uit haar verhalen, maar de manier waarop Katuscha over haar spreekt, maakt dat onmogelijk te geloven. Er zit zoveel tederheid in haar stem, zoveel liefde in de kleine herinneringen die ze ophaalt, dat ik steeds opnieuw denk: emoties laten zich niet altijd zien op de manier waarop wij gewend zijn ze te herkennen.

Ik heb haar daar nooit verder naar gevraagd.

Sommige gedachten zijn mooier wanneer ze mogen blijven zweven.

Terwijl ik naar haar luister, ontdek ik steeds meer parallellen tussen haar leven en het mijne. Ook zij liet rond haar vijftigste haar huwelijk achter zich en ervoer daarna dat een leven zich niet laat beëindigen door een scheiding, maar soms juist opnieuw begint. Ze vertelt over haar ex-man met een mildheid die me diep raakt. Er was verdriet geweest, teleurstelling, een huwelijk dat uiteindelijk niet meer gedragen kon worden, en toch bleef er liefde over voor de man met wie ze een groot deel van haar leven had gedeeld.

Ik herkende daar iets in wat ik zelf nog nauwelijks onder woorden kon brengen.

Onze gesprekken gaan lang niet altijd rechtstreeks over mij en toch fiets ik bijna iedere keer naar huis met het gevoel dat ik iets over mezelf heb geleerd. Katuscha geeft me geen kant-en-klare adviezen. Ze luistert, kijkt, stelt af en toe een vraag en heel soms legt ze met één opmerking haar vinger precies op een plek waarvan ik zelf nog niet wist dat die bestond.

Op een dag besloot ik onze gesprekken op te nemen.

Met voorbedachte rade.

Ik wilde een tijdcapsule maken voor haar kinderen en vroeg hen vooraf of ze het goed vonden dat ik hun moeder zou interviewen. Drie keer een uur, waarin ik haar mee wilde nemen door haar eigen leven en haar stem, haar verhalen, haar lach en haar manier van kijken wilde bewaren voor later.

Ons eerste gesprek begon met een vraag waarvan ik van tevoren niet wist of ik hem wel durfde te stellen.

‘Stel dat je dood bent.’

Ze keek me rustig aan.

‘Hoe ziet dat eruit?’

Ze dacht even na.

‘Tevreden.’

En daarna zei ze:

‘Ik heb een goed leven gehad.’

Vanuit dat einde liepen we samen terug door haar leven, langs haar jeugd, de mensen van wie ze hield, de keuzes die ze maakte en de levens die ze in één leven had geleefd. De tijd hoefde daarbij niet chronologisch te verlopen. Dat deed haar geheugen inmiddels ook niet meer.

Na het derde gesprek stopte ik de recorder in mijn tas. We praatten nog wat na, dronken onze koffie op en hadden het vervolgens over heel gewone dingen. Ik stapte op mijn fiets en Katuscha zwaaide me uit.

De drie gesprekken zijn precies geworden wat ik voor ogen had toen ik haar kinderen vroeg of ze het goed vonden dat ik hun moeder zou interviewen: een tijdcapsule waarin haar stem, haar verhalen, haar lach en haar manier van kijken naar het leven bewaard blijven.

Wat ik toen nog niet kon voorzien, was hoeveel van onze gesprekken ook bij mij zou blijven. Hoe haar verhalen zich soms ongemerkt aan mijn eigen verhaal zouden vasthechten en hoe een vrouw die vijfendertig jaar ouder is dan ik, in een periode waarin ik mijn eigen leven opnieuw moest leren begrijpen, een van de mensen is geworden bij wie ik me het minst hoef uit te leggen.

Onlangs gaf Katuscha me een klein bundeltje mee.

Gedachtjes.

Geschreven door haar moeder.

Ik sloeg het open en bleef hangen bij één gedicht.

De Dag
wil maar niet komen vandaag
het wil gewoon niet lukken
misschien probeerde hij 't wel
maar viel hij weer in stukken

zo zonder dag
is een vreemd gevoel
zo zonder dag
en zonder doel

maar eindelijk
daar kwam hij dan
en ook de zon brak door
't was door die ene stem
die zei

'k kom bij je hoor

Ik lees het nog weleens.

En iedere keer denk ik aan Katuscha.

Omdat zij voor mij die ene stem is die zegt:

‘k kom bij je hoor.

Geloof. Hoop. Liefde.

"building beloved communities together"

🤍 It all starts with one conversation 🤍

Vector 1
Sheila Hicks 8

Klaar om de ruimte
op te zoeken?

Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.

Vector
Sheila Hicks 4