Laatbloeiers bestaan niet.

Of misschien toch wel. Alleen niet zoals we denken.

Vector 2
DSC0466 copy

Misschien zijn laatbloeiers niet de mensen die achterlopen, maar de mensen die langer onderweg zijn geweest naar hun eigen waarheid.

Laatst zat ik aan tafel met mijn kinderen.

Mijn dochter vertelde over een toets Nederlands, die ze die dag had gemaakt. Over argumenteren en het gebruik van drogredenen. Het onderwerp waarop ze dat moest toepassen was: laatbloeiers.

Binnen twee minuten veranderde het avondeten in een verbale bokswedstrijd tussen broer en zus.

"Jij bent echt een laatbloeier als het gaat om leren", zei ze tegen haar broer.

"Ja? En jij op sociaal vlak!", kreeg ze per kerende post terug.

Ping.

Pong.

Ping.

Pong.

Zoals alleen broer en zus dat kunnen.

En terwijl ik zat te kijken, moest ik lachen, omdat ze allebei gelijk hadden. En allebei ongelijk.

Want wat is eigenlijk een laatbloeier?

Iemand die later leert? Later verliefd wordt? Later succesvol wordt? Later zijn plek vindt? Later begrijpt wie hij is?

Of meten we dan nog steeds met dezelfde meetlat?

De meetlat die zegt dat er een juiste volgorde bestaat.

Een juiste snelheid.

Een juiste route.

Een juiste tijdlijn.

Als dat waar is, dan ben ik een schoolvoorbeeld van een laatbloeier.

Ik vond de liefde laat.

Mijn seksualiteit laat.

Mijn plek in de wereld laat.

Mijn passie laat.

Mijn purpose laat.

Mezelf laat.

Tenminste...dat zou je kunnen zeggen, maar inmiddels denk ik daar anders over.

Ik denk niet dat ik laat was. Ik denk dat ik onderweg was.

Jarenlang leefde ik vooral in mijn hoofd.

Mijn dochter heeft daar overigens dezelfde aanleg voor. Ze lijkt soms verdacht veel op versie 1.0 van haar moeder. De versie die alles wilde begrijpen.

Analyseren. Bewijzen. Verklaren.

De versie die dacht dat waarheid vooral bestond uit feiten.

Mijn zoon lijkt eerder op versie 2.0 van mij.

Hij kijkt naar de wereld met meer gevoel. Meer verbeelding. Meer nieuwsgierigheid. Meer ruimte voor het onverklaarbare.

Sterrenstof. Tarotkaarten. Astrologie.

En af en toe een theorie waarvan je als ouder denkt: Waar heb je dit nu weer vandaan?

Inmiddels probeer ik versie 3.0 van mijzelf te worden. De versie waarin beiden mogen bestaan. Het verklaarbare én het onverklaarbare.

Ratio én gevoel.

Data én wijsheid.

Hoofd én hart.

Dat onderwerp kwam ook op tafel tijdens het avondeten.

Mijn dochter moest drogredenen leren herkennen en gebruiken. En ergens ontstond de gedachte dat iets pas waar is als het bewezen kan worden. Dat alleen feiten tellen. Dat wijsheid geen bewijs is.

Ik snap die gedachte.

Onze maatschappij denkt grotendeels zo en hecht meer waarde aan data dan aan wijsheid.

Maar ergens wringt het ook. Want hoeveel van de belangrijkste dingen in het leven zijn werkelijk meetbaar?

Kun je liefde meten?

Vertrouwen?

Verbondenheid?

Intuïtie?

Kun je aantonen waarom je de ene persoon direct vertrouwt en de andere niet?

Of waarom je soms een beslissing neemt waarvan je hoofd zegt: "Niet doen."

Terwijl alles in je lijf zegt: "Juist wel."

Niet alles wat waar is, laat zich vangen in een spreadsheet.

En niet alles wat meetbaar is, is daarom belangrijk.

Ik zie die spanning overal terug.

Afgelopen week zat ik aan tafel bij Zuidas Today van Ruth Jansen.

Een gesprek dat ontstond naar aanleiding van de 1 april-grap van de mannen van IMPAKT Architectuur.

Het gesprek ging over de Shift Landmark. Een iconisch gebouw dat onderdeel is van en een tastbare invulling moet geven aan een bredere beweging richting een duurzamere manier van leven.

En wat mij fascineerde tijdens het gesprek was niet zozeer het gebouw, maar de spanning die voortdurend voelbaar was.

Gebouw versus beweging.

Idealisten versus pragmatisten.

Groot denken versus klein beginnen.

Data versus gevoel.

CO₂ versus menselijk welzijn.

Iedereen leek een stukje van de waarheid vast te houden, maar niemand had de hele waarheid.

Dat zie ik ook in het duurzaamheidsdebat.

We reduceren duurzaamheid veelal tot het beperken van de uitstoot van CO₂.

Alsof dat de enige maatstaf is.

Maar wat heb je aan een CO₂-neutraal of -positief gebouw, waarin niemand graag wil zijn? Wat heb je aan een perfect CO₂-duurzaam concept dat sociaal niet werkt? Of financieel niet houdbaar blijkt?

Voor mij gaat duurzaamheid uiteindelijk over balans.

Balans die over meer assen gaat dan alleen CO₂. Een balans die ook kijkt naar aspecten als:

  • Sociologie.
  • Psychologie.
  • Economie.
  • Ecologie.
  • Functionaliteit.
  • Flexibiliteit.
  • Fysiologie.
  • Zingeving.
  • Menselijkheid.

Een plek is duurzaam wanneer mensen ervan gaan houden.

Wanneer ze er willen zijn.

Wanneer ze er betekenisvolle relaties opbouwen.

Wanneer een plek leven ondersteunt en niet alleen uitstoot reduceert.

Misschien geldt dat ook voor mensen.

We zijn zo gefocust geraakt op materiële groei, optimalisatie en efficiency...op harde data...dat we vergeten zijn te leven.

En misschien is dat precies waarom zoveel mensen vastlopen.

Niet omdat ze te weinig weten, maar omdat ze te veel zijn gaan vertrouwen op één kant van de wip.

Brené Brown noemt die wip 'de Stockdale Paradox'.

Dan heb ik het over het vermogen om twee schijnbaar tegenstrijdige waarheden tegelijkertijd vast te houden.

De harde feiten onder ogen zien en tegelijkertijd blijven geloven dat het goed komt.

Feiten én vertrouwen.

Data én hoop.

Realisme én verbeelding.

Volgens mij zijn laatbloeiers daar vaak verrassend goed in.

Omdat ze langer onderweg zijn geweest.

Ze hebben meer twijfel gekend. Meer omwegen gemaakt. Meer gezocht. Meer losgelaten. Ze zijn vaker opnieuw begonnen.

Niet ondanks hun omwegen, maar dankzij hun omwegen.

Misschien is dat ook waarom ik anders ben gaan kijken naar ouder worden.

Onze maatschappij behandelt 50-plussers vaak alsof ze langzaam richting de uitgang bewegen.

Alsof hun beste jaren achter hen liggen en alsof ze vooral plaats moeten maken voor de volgende generatie.

"Wat een verspilling", denk ik nu. En niet alleen omdat ik nu zelf tot die groep behoor, maar ook omdat mijn perspectief hierop breder is geworden tijdens mijn ontwikkeling van de 1.0 versie van mij naar de 3.0 versie nu. 

Verspilling van kennis. Van ervaring. Van wijsheid.

En misschien nog wel het meest van menselijk potentieel.

Want juist naarmate we ouder worden, ontstaat de mogelijkheid om iets te integreren wat jongere versies van onszelf vaak nog niet kunnen.

Niet meer kiezen tussen hoofd of hart. Tussen ambitie of betekenis. Tussen succes of geluk.

Maar leren leven met allebei.

David Brooks noemt dat 'de tweede berg'.

De eerste berg gaat vaak over bouwen.

Over carrière. Status. Presteren. Bewijzen.

De tweede berg gaat over betekenis. Over verbinding. Over bijdragen.

Over de vraag wat je wilt nalaten. Niet alleen aan je kinderen, maar aan de wereld.

Ik zie het ook veel bij vrouwen rond de overgang.

Een fase waar we opvallend weinig over praten. Als vrouwen onderling. Laat staan met mannen. En al helemaal niet op de werkvloer. Ergens bevindt het onderwerp zich nog in de taboesfeer.

En het wordt vaak gezien alsof het vooral een hormonaal probleem is dat opgelost moet worden, terwijl het misschien ook een uitnodiging is.

Een uitnodiging om opnieuw te kijken naar wie je bent.

Naar wat werkelijk belangrijk voor je is. En hoe je de tweede helft van je leven wilt vormgeven.

Niet minder levend, maar juist voller. Vrijer. Wijzer.

Dat vraagt ook iets van onszelf, want ouder worden maakt je niet automatisch wijs.

Net zoals jong zijn je niet automatisch nieuwsgierig maakt.

Het vraagt een keuze. Een keuze om te blijven leren, te blijven bewegen, te blijven spelen.

Om nieuwsgierig te blijven, zoals kinderen dat vanzelf doen.

Het vraagt om een growth mindset, zoals Carol Dweck dat noemt.

Niet denken dat je klaar bent, maar beseffen dat je altijd in ontwikkeling bent.

Misschien zijn laatbloeiers daarom juist zo interessant.

Omdat zij ons eraan herinneren dat groei geen houdbaarheidsdatum kent.

En dat sommige bloemen nu eenmaal later bloeien.

Niet omdat ze achterlopen, maar omdat hun seizoen simpelweg later begint.

Misschien ben je geen laatbloeier als je de maatschappelijk kijk hierop wat breder maakt...of in termen van een growth mindset: als je je perspectief laat groeien.

Misschien ben je gewoon iemand die weigerde te stoppen bij het eerste antwoord.

Iemand die bleef zoeken tot iets werkelijk klopte.

Voor mij voelt dat inmiddels als vrijheid.

Niet omdat mijn leven af is of omdat alles perfect is. En ook niet omdat ik alle antwoorden heb, maar omdat ik eindelijk heb geleerd dat het leven niet gaat over kiezen tussen hoofd of hart.

Laatbloeien gaat over leren luisteren naar allebei. Naar hoofd én hart. Tegelijkertijd.

Ik denk daarom steeds vaker dat laatbloeiers helemaal niet achterlopen.

Misschien zijn zij juist de mensen die ons iets belangrijks kunnen leren.

Dat wijsheid iets anders is dan kennis.

Dat waarheid groter is dan feiten.

Dat liefde meer is dan logica.

En dat het mooiste in het leven vaak ontstaat wanneer hoofd en hart stoppen met vechten om de eerste plek en eindelijk besluiten samen te werken.

"Misschien bloeit een laatbloeier niet later. Misschien bloeit een laatbloeier precies op tijd."

Vector 1
Sheila Hicks 8

Klaar om de ruimte
op te zoeken?

Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.

Vector
Sheila Hicks 4