De ruimte tussen probleem en oplossing
Over de ruimte waarin gemeenschap ontstaat.

Job zei het rustig.
Niet als kritiek of als oordeel.
Gewoon als een observatie.
Ik glimlachte.
"Dat snap ik," antwoordde ik. "Ik raak mezelf soms ook weleens kwijt."
We zaten al ruim een uur te praten. Officieel hadden we het over mijn website, mijn verhaal en mijn positionering. Tenminste, dat dachten we. Zoals wel vaker, gebeurde er iets anders.
Hij had kunnen zeggen dat mijn verhaal te lang, te vaag of te persoonlijk was. Dat hoor ik de laatste tijd vaker. Maar in plaats daarvan werd hij nieuwsgierig.
"Als ik jou morgen wil introduceren bij een opdrachtgever, wat zeg ik dan eigenlijk?"
"Wat krijgen ze met jou?"
"Wat probeer je zichtbaar te maken?"
Na ieder antwoord volgde een nieuwe vraag.
Niet omdat hij mijn antwoorden wilde verbeteren, maar omdat hij voelde dat er nog iets onder lag wat ik zelf nog niet onder woorden kon brengen.
Hij bleef zitten.
Niet alleen letterlijk.
Hij bleef met zijn aandacht.
Met zijn nieuwsgierigheid.
Met zijn tijd.
Pas later begreep ik waarom dat gesprek me zo raakte. Hij deed iets wat we volgens mij steeds minder doen. Hij gaf me niet alleen feedback. Hij hielp me denken.
Misschien is dat wel het grootste cadeau dat je iemand kunt geven. Niet een beter antwoord, maar een betere vraag.
Van vriendinnen die me al bijna vijfentwintig jaar kennen. Van mensen uit mijn netwerk. Van oud-collega's.
Sommigen vertelden eerlijk dat ze mijn artikelen soms niet meer konden volgen. Anderen vertelden dat mensen aan hén vroegen:
"Waar is Sheila eigenlijk mee bezig?"
"Gaat het wel goed met haar?"
Ik was ze daar oprecht dankbaar voor. Niet omdat het prettig was om te horen, maar omdat ze ervoor kozen het gesprek mét mij te voeren in plaats van óver mij. Dat is minder vanzelfsprekend dan ik vroeger dacht.
Wat me uiteindelijk het meest bezighield, was niet de feedback zelf.
Feedback kan ongelooflijk waardevol zijn. Wat me raakte, was het verschil in hoe mensen haar geven.
Job deed iets anders.
Mijn vriendin Claartje ook.
Zij zei niet:
"Misschien moet je je communicatie aanpassen."
Ze vroeg:
"Voor wie wil jij eigenlijk ook de brug zijn en niet alleen de oever?"
En daarna bleef ze.
Ze stelde nog een vraag.
En daarna nog één.
Niet om mij van haar gelijk te overtuigen, maar om mij te helpen mijn eigen antwoord scherper te krijgen.
Ik realiseerde me dat dát voor mij het verschil maakt.
Tussen feedback geven...en iemand begeleiden.
Ik vraag me steeds vaker af of we de afgelopen jaren vooral hebben geleerd dát feedback belangrijk is, maar veel minder hóé we haar geven.
Een observatie uitspreken is één ding. Nog even blijven zitten om samen te onderzoeken wat die observatie eigenlijk betekent, vraagt iets heel anders.
Tijd.
Aandacht.
Nieuwsgierigheid.
En misschien wel het moeilijkste van alles: de bereidheid om je eerste oordeel nog even uit te stellen.
Het is gemakkelijker om te zeggen:
"Je verhaal is te lang."
Dan om te vragen:
"Waar raak ik je eigenlijk kwijt?"
Het is gemakkelijker om te zeggen:
"Ik begrijp je niet meer."
Dan om te vragen:
"Help me eens begrijpen hoe jij hier bent gekomen."
Dat tweede kost meer.
Maar ik begin te vermoeden dat juist daar de echte ontmoeting ontstaat.
Ook niet over LinkedIn en uiteindelijk zelfs niet over mij. Ze gingen over iets veel fundamenteler.
Over wat we doen wanneer we iemand niet direct begrijpen.
Worden we nieuwsgierig? Of zoeken we onbewust bevestiging van het verhaal dat we inmiddels al over die ander hebben gemaakt?
Sindsdien zie ik dat patroon overal terug.
In organisaties, in families, in de politiek, in de media…en misschien nog wel het meest in de manier waarop we maatschappelijke vraagstukken proberen op te lossen.
We reageren razendsnel. Met een mening, een oplossing, een nieuw plan of een nieuwe regel. En steeds vaker vraag ik me af of we niet iets essentieels overslaan.
Niet de oplossing…maar de ruimte die eraan voorafgaat.
De ruimte waarin we nog niet hoeven te weten.
De ruimte waarin we eerst opnieuw leren kijken.
Niet omdat mensen me kwijtraakten. Misschien is dat soms onvermijdelijk wanneer je zelf verandert. Wat me raakte, was de vraag die daardoor telkens opnieuw in mij opkwam:
Ben ik eigenlijk nog wel op de goede weg?
Het is een vraag die ik mezelf de afgelopen anderhalf jaar vaker heb gesteld. Vaker dan ik hardop heb uitgesproken. Van buitenaf leek het waarschijnlijk alsof ik van alles tegelijk deed zonder enige vorm van samenhang. En eerlijk gezegd keek ik er zelf soms net zo naar.
Ik verkocht een huis voor een particulier.
Ik kocht mijn eigen huis met een particuliere financiering.
Ik begeleidde iemand midden in een scheiding.
Ik schreef over liefde, ondernemerschap en menszijn.
Ik pitchte voor de transformatie van een gebouw.
Ik voerde gesprekken met CEO's.
Ik dronk koffie met architecten, investeerders, bestuurders, ondernemers en mensen die ik daarvoor nauwelijks kende.
En regelmatig dacht ik zelf:
Waar ben ik eigenlijk mee bezig?
Niet als verwijt. Eerder als een oprechte vraag.
Lange tijd dacht ik dat ik vooral aan het zoeken was. Naar mijn bedrijf, naar een verdienmodel, naar mijn plek in deze wereld, naar mijn roeping.
Achteraf denk ik dat mijn missie al veel langer vaststond, alleen de vorm nog niet. En misschien is dat wel wat een zoektocht werkelijk is. Niet ontdekken wát je hier komt doen, maar langzaam herkennen in welke vorm het zich wil laten zien.
Ik was niet op zoek naar een bestemming. Ik was aan het leren vertrouwen op de reis. Dat is iets heel anders.
Pas de afgelopen dagen begon ik te begrijpen waarom die reis zo moeilijk uit te leggen was: omdat de landkaart zich onderweg ontvouwde. Ik zag steeds alleen de volgende broodkruimel. Een broodkruimel in de vorm van een ontmoeting, een vraag, een gesprek, een idee dat bleef terugkomen of een gevoel dat zich niet liet wegredeneren.
Op zichzelf stelde geen van die momenten zoveel voor. Pas toen ik achterom keek, zag ik dat ze samen een patroon vormden. Niet omdat ik dat patroon had bedacht…maar omdat het er blijkbaar al die tijd al was.
Over vastgoed, organisaties, leiderschap, liefde, een scheiding, een hockeyclub of ondernemerschap. Maar steeds opnieuw eindigden ze op dezelfde plek:
Bij de mens.
Niet bij wat iemand doet…maar bij wat iemand nodig heeft om werkelijk te kunnen floreren.
Misschien was dát de rode draad die ik zelf al die tijd nog niet kon zien.
Ik begon een gesprek over een gebouw...en een uur later hadden we het over de vraag wat iemand eigenlijk wil achterlaten.
Of iemand belde over een organisatie...en vertelde uiteindelijk over zijn scheiding.
Dat gebeurde zó vaak dat ik het op een gegeven moment geen toeval meer vond. Steeds opnieuw bleek de vraag waarmee iemand binnenkwam, niet de vraag waarmee hij weer naar buiten ging.
Misschien luisterde ik al die tijd niet naar verschillende verhalen.
Misschien luisterde ik steeds opnieuw naar hetzelfde verhaal.
Alleen verteld door andere mensen.
Daarin schreef ik dat het leven ons soms broodkruimels lijkt toe te werpen. Kleine aanwijzingen die op zichzelf nauwelijks betekenis lijken te hebben, maar achteraf ineens een richting blijken aan te wijzen.
Toen ik dat schreef, had ik nog geen idee waar die broodkruimels naartoe zouden leiden. Ik wist alleen dat ik ze niet langer wilde negeren. Nu begin ik langzaam te begrijpen waarom. En misschien is dat ook waarom we elkaar onderweg zo gemakkelijk kwijtraken.
We verwachten van iemand een routekaart...terwijl die zelf nog bezig is de broodkruimels te volgen.
We kijken naar een momentopname...en denken dat we het hele verhaal zien.
Terwijl de samenhang zich vaak pas achteraf laat zien.
Misschien oogt een zoektocht daarom van buitenaf zo onlogisch.
En achteraf zo vanzelfsprekend.
Hij luisterde rustig.
Daarna vertelde hij over het zeilkamp waar hij die week als walstaf had gewerkt.
"Wij gebruiken daar altijd de sandwichmethode bij feedback," zei hij.
"Eerst iets wat goed gaat. Dan een verbeterpunt. Daarna weer iets positiefs."
"Wat is de gedachte daarachter?" vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op.
"Omdat kinderen anders alleen onthouden wat ze niet goed deden."
Ik moest lachen.
Niet omdat het zo'n ingewikkelde theorie was, maar omdat mijn achttienjarige zoon in één zin uitlegde waar ik de hele week naar had gezocht.
Misschien gaat goede feedback uiteindelijk helemaal niet over kritiek.
Misschien gaat ze over hoop.
Over iemand helpen geloven dat er iets in hem aanwezig is wat zich verder mag ontvouwen.
Toen viel er weer een kwartje.
Job had precies hetzelfde gedaan.
Claartje ook.
Ze vertelden me niet welke kant ik op moest. Ze hielpen me scherper zien waar ik al naartoe onderweg was. En ineens begreep ik waarom juist die gesprekken me zoveel rust gaven.
Ze namen mijn zoektocht niet van me over.
Ze liepen een stukje met me mee.
Niet om mijn route te bepalen.
Maar totdat ik mijn eigen kompas weer kon voelen.
Niet omdat ik ze daar bewust naartoe stuurde. Integendeel. Ik dacht vaak dat we het over iets heel anders hadden. Over een gebouw, een organisatie, een investering of een team. Maar steeds opnieuw kwamen we uit bij dezelfde vragen:
Wat geeft mensen een gevoel van veiligheid?
Wanneer voelen ze zich werkelijk gezien?
Wat maakt dat iemand kan groeien?
En waarom lopen we telkens opnieuw vast in systemen die juist bedoeld zijn om mensen verder te helpen?
Ik merkte dat ik steeds minder nieuwsgierig werd naar de oplossing
Ik werd steeds nieuwsgieriger naar wat er eigenlijk aan die oplossing voorafgaat.
Ik wilde begrijpen waarom zoveel losse inzichten ineens met elkaar leken te resoneren en toen zag ik iets wat ik eerder niet had gezien.
Al die mensen beschreven eigenlijk hetzelfde landschap…alleen vanuit een andere ingang.
Abraham Maslow hielp mij opnieuw zien dat een mens pas werkelijk kan groeien wanneer zijn basis veilig is.
Dat klinkt bijna vanzelfsprekend.
En natuurlijk beginnen we in gebiedsontwikkeling óók bij de mens.
We kijken naar de behoefte aan woningen. Naar betaalbaarheid. Naar doelgroepen. Naar toegankelijkheid. Naar een dak boven je hoofd.
Allemaal wezenlijke menselijke behoeften, maar misschien blijven we daarbij nog te veel aan de oppervlakte. We ontwerpen een woning voor iemand, maar minder vaak ontwerpen we vanuit de vraag waardoor iemand zich daar werkelijk thuis, veilig en verbonden zal voelen.
Misschien gaat het daarom niet om een andere volgorde, maar om een diepere manier van kijken. Niet alleen naar wat zichtbaar en meetbaar is, maar ook naar datgene wat zich moeilijker laat vangen in een programma van eisen zoals:
Het gevoel van veiligheid.
De mogelijkheid om elkaar te ontmoeten.
De ruimte om te rouwen, lief te hebben, op adem te komen en opnieuw te beginnen.
Door niet alleen te kijken naar de fysieke plek, maar ook naar de emotionele, sociale, sensuele en misschien zelfs spirituele betekenis van een thuis.
Viktor Frankl schreef dat tussen een gebeurtenis en onze reactie een ruimte ligt.
Juist in die ruimte ontstaat onze vrijheid.
Ik moest denken aan de woningmarkt en alle uitdagingen die we daar tegenkomen zoals stikstof, vergrijzing en betaalbaarheid.
Voor ieder probleem lijkt onmiddellijk een oplossing nodig. Een nieuwe regeling, beleidsstuk of subsidie. Maar wat gebeurt er wanneer we die ruimte ertussen iets groter maken?
Niet om niets te doen, maar om eerst werkelijk te begrijpen wat er speelt.
Misschien ontstaan goede oplossingen niet doordat we sneller reageren.
Misschien ontstaan ze doordat we langer durven waarnemen.
Otto Scharmer noemt dat 'presencing'.
Ik zou daar één woord aan willen toevoegen.
Samen waarnemen.
Want kijken is niet hetzelfde als zien. Net zoals horen niet hetzelfde is als luisteren. Werkelijk waarnemen vraagt dat je al je zintuigen gebruikt. Dat je niet alleen let op wat iemand zegt, maar ook op wat iemand niet zegt.
Op de stilte.
Op de spanning.
Op de energie in een ruimte.
Op wat zich misschien voorzichtig aandient, maar nog geen woorden heeft gekregen.
Ik herken dat.
Niet omdat ik Scharmers theorie letterlijk toepas, maar omdat ik steeds opnieuw zie wat er gebeurt wanneer mensen elkaar eerst werkelijk proberen waar te nemen voordat ze elkaar proberen te overtuigen.
Niet de architect alleen of de belegger alleen en ook niet de gemeente alleen, maar allemaal samen aan tafel. Vanaf het allereerste begin.
En niet om zo snel mogelijk een oplossing te vinden, maar om eerst samen te ontdekken wat werkelijk gezien wil worden. Pas daarna ontstaat ruimte voor een oplossing. En die oplossing ziet er verrassend vaak anders uit dan wanneer we, ieder vanaf zijn eigen eiland, meteen waren gaan handelen.
Kate Raworth stelde mij vervolgens een andere vraag.
Niet:
Hoeveel economische waarde creëren we?
Maar:
Welke waarde creëren we eigenlijk?
Waarom rekenen we een investering wel af op financieel rendement, maar nauwelijks op veiligheid?
Op ontmoeting?
Op gezondheid?
Op verbondenheid?
Op het gevoel ergens werkelijk thuis te zijn?
Het zijn juist die dingen die uiteindelijk bepalen of een gemeenschap kan floreren.
Misschien kijken we niet naar de verkeerde cijfers.
Misschien kijken we naar een te klein deel van de werkelijkheid.
Dat gold niet alleen voor de manier waarop ik naar gebiedsontwikkeling keek. Het gold ook voor de manier waarop ik jarenlang naar mezelf en naar het leven had gekeken.
De afgelopen drie jaar onderzocht ik steeds nadrukkelijker de kant van het bestaan die zich minder gemakkelijk laat meten of verklaren. Intuïtie. Lichaam. Stilte. Energie. Betekenis.
Niet omdat ik de rationele, zakelijke werkelijkheid achter me wilde laten. Juist niet. Ik wilde die andere laag daarin leren integreren.
Wat voor anderen soms kon lijken op een beweging wég van de werkelijkheid, voelde voor mij juist als een beweging er dieper in.
Niet twee werelden naast elkaar.
Niet zakelijk óf persoonlijk. Ratio óf intuïtie. Realiteit óf spiritualiteit.
Maar één werkelijkheid, vollediger waargenomen.
Ik zocht niet naar een midden tussen twee uitersten. Ik vergrootte het spectrum waarbinnen dat midden kon ontstaan.
Zij noemt één van de moedigste zinnen die je kunt uitspreken:
"The story I'm making up is..."
Niet omdat je daarmee laat zien dat je gelijk hebt, maar juist omdat je erkent dat je het misschien mis hebt.
Ik moest denken aan alle mensen die zich de afgelopen weken afvroegen waar ik eigenlijk mee bezig was en waarom dat mij zo raakte.
Het was niet omdat ze vragen hadden, want vragen zijn welkom. Wat me raakte, was dat veel van die vragen mij nooit rechtstreeks werden gesteld.
En ineens realiseerde ik me hoe eenvoudig Brené Browns uitnodiging eigenlijk is.
We maken allemaal verhalen. Dat doet ons brein nu eenmaal. De vraag is alleen wat we daarna doen.
Blijven we ons eigen verhaal geloven?
Of hebben we de moed om nieuwsgierig te worden?
Om te zeggen:
"Ik merk dat ik een verhaal over jou aan het maken ben.
Mag ik je iets vragen?"
Misschien begint een werkelijk gesprek precies daar.
Niet bij het antwoord.
Maar bij de moed om de vraag werkelijk te stellen.
Maslow vraagt ons waar te nemen wat een mens nodig heeft om te kunnen groeien.
Frankl vraagt ons de ruimte waar te nemen, voordat we reageren.
Scharmer vraagt ons waar te nemen wat zich wil aandienen, voordat we ontwerpen of beslissen.
Raworth verbreedt onze blik op wat werkelijk waarde heeft.
En Brené Brown herinnert ons eraan dat nieuwsgierigheid begint met de moed om ons eigen verhaal niet onmiddellijk voor waar aan te nemen.
Geen van hen gaf mij het antwoord, maar samen hielpen ze woorden te geven aan iets wat ik intuïtief al die tijd al deed.
Ik was niet alleen op zoek naar betere vragen.
Ik was aan het leren anders waar te nemen.
En hoe anders ik leerde waarnemen...hoe meer ik begon te zien.
In de woningmarkt.
Dat verraste me eigenlijk niet. Achteraf voelde het zelfs logisch.
Als Maslow gelijk heeft dat een mens pas werkelijk kan floreren wanneer zijn basis veilig is, dan gaat een huis over veel meer dan stenen.
Het gaat over een plek waar je thuis kunt komen.
Waar je je veilig voelt.
Waar je kunt uitrusten.
Waar je kinderen opgroeien.
Waar verdriet er mag zijn.
En waar nieuwe dromen kunnen ontstaan.
Misschien is een huis daarom niet het eindpunt van gebiedsontwikkeling.
Misschien is het het begin van een mensenleven dat zich kan ontvouwen.
Ik verkocht een huis.
Ik kocht een huis.
Ik sprak met ontwikkelaars, architecten, beleggers, bestuurders en ondernemers.
En steeds opnieuw hoorde ik dezelfde gesprekken…over regelgeving, belastingen, rendement, procedures en grondprijzen.
Allemaal waardevolle gesprekken.
Maar steeds vaker vroeg ik me af:
Waar gaat het eigenlijk zelden over?
Over de mens die daar straks gaat wonen.
Over de gemeenschap die daar misschien ontstaat.
Over de vraag hoe een plek kan bijdragen aan gezondheid, ontmoeting, veiligheid, welzijn en het gevoel ergens werkelijk thuis te zijn.
We bouwen woningen voor starters, senioren, studenten, zorg.
Steeds optimaliseren we één vraagstuk.
Maar een samenleving laat zich niet opdelen in doelgroepen. Een buurt is geen spreadsheet. Een gemeenschap ontstaat niet doordat functies toevallig naast elkaar liggen. Ze ontstaat doordat mensen elkaar ontmoeten. Doordat ze zich gezien voelen en ze verantwoordelijkheid gaan dragen voor iets dat groter is dan henzelf.
En precies daar begon voor mij een andere vraag te ontstaan.
Niet:
Hoe lossen we het woningtekort op?
Maar:
Hoe bouwen we gemeenschappen waarin mensen kunnen floreren?
Misschien is een gemeenschap wel precies dát. Misschien is het probleem wel onderdeel van de oplossing. Misschien is een gemeenschap juist de ruimte tussen een probleem en een oplossing. De plek waar verschillende mensen eerst samen aan één tafel leren waarnemen, voordat iemand begint te ontwerpen, rekenen of beslissen.
Dat lijkt misschien een klein verschil. Voor mij voelt het als een compleet andere vertrekpositie. Dan verandert niet alleen het ontwerp. Dan verandert ook de rol van iedereen die aan tafel zit.
De architect ontwerpt niet langer alleen een gebouw.
De belegger investeert niet alleen in stenen.
De gemeente verleent niet alleen een vergunning.
En bewoners zijn niet langer eindgebruikers.
We worden allemaal mede-bouwers van dezelfde gemeenschap.
En precies daar ontstaat iets bijzonders.
Het geheel wordt groter dan de som der delen.
Misschien is dat ook waarom ik de afgelopen maanden zo vaak 'ja' heb gezegd tegen koffies waarvan ik vooraf niet wist waar ze naartoe zouden leiden.
Waarom ik met wildvreemden ben gaan lunchen.
Waarom ik nieuwsgierig bleef naar mensen die totaal anders naar de wereld kijken dan ik.
Niet omdat ik zoveel mogelijk netwerkgesprekken wilde voeren, maar omdat ik langzaam begon te begrijpen dat een gemeenschap niet ontstaat nadat het plan klaar is.
Een gemeenschap ís het plan.
Niet in een bestuurskamer of tijdens een aanbesteding, maar rondom een hockeyclub:
Klein Zwitserland.
Ik nodigde een architectenduo uit, een brandingduo, een conceptontwikkelaarsduo en een interieurarchitectenduo. Mensen die elkaar nog nooit hadden ontmoet.
Ik had geen uitgewerkt plan.
Geen businesscase.
Geen opdracht.
Sterker nog...
Ik weet niet eens of er ooit een opdracht zal komen.
Ik had alleen een paar vragen.
Wat gebeurt er als we niet beginnen met een ontwerp, maar met de gemeenschap die we willen bouwen?
Wat gebeurt er als we niet na elkaar, maar vanaf het allereerste begin mét elkaar leren waarnemen wat die gemeenschap werkelijk nodig heeft?
En wat gebeurt er als iedereen aan tafel niet alleen zijn expertise inbrengt, maar zich ook mede-verantwoordelijk voelt voor het geheel?
Niet alleen je uren.
Of je vakkennis.
Maar ook je nieuwsgierigheid.
Je reputatie.
Je creativiteit.
Je netwerk.
Je tijd.
Je vakmanschap.
En misschien wel het spannendste van alles: de bereidheid om iets te bouwen waarvan je vooraf nog niet weet of het ooit iets oplevert.
Niet omdat dat romantisch is, maar omdat echte gemeenschappen niet uit een contract alleen ontstaan. Ze ontstaan wanneer mensen samen verantwoordelijkheid durven nemen voor iets dat groter is dan hun eigen belang.
Niemand weet waar dit precies toe zal leiden.
Misschien is dat juist de kracht.
Niet omdat er al geld is of omdat de opdracht zeker is, maar omdat mensen bereid zijn te investeren voordat de uitkomst vaststaat.
Ze investeren menselijk kapitaal.
Niet in euro's.
Maar in tijd.
Aandacht.
Verbeeldingskracht.
Vakmanschap.
Vertrouwen.
Hoop.
Misschien is dat wel het meest schaarse kapitaal van deze tijd.
Hij maakt onderscheid tussen een finite game en een infinite game.
Het eerste draait om winnen. Het tweede om het spel zo spelen dat ook de mensen na jou verder kunnen bouwen.
Misschien is dat precies wat ik hier zie gebeuren.
Niemand weet of dit project ooit iets oplevert en toch voelt het alsof we allemaal al iets hebben gewonnen.
Hoop.
Misschien is dat precies het probleem van veel maatschappelijke vraagstukken.
We sturen op wat gemakkelijk meetbaar is, terwijl juist datgene wat een gemeenschap laat floreren zich veel moeilijker laat vangen in een spreadsheet.
Vertrouwen.
Nieuwsgierigheid.
Moed.
Hoop.
En de bereidheid om eerst samen waar te nemen...voordat iemand denkt de oplossing al te kennen

Eerlijk gezegd weet ik dat zelf ook pas sinds kort.
Ik dacht dat ik bezig was met vastgoed, leiderschap, organisaties, communities en mensen, maar steeds vaker zie ik dat al die onderwerpen dezelfde vraag raken:
Hoe nemen we opnieuw verantwoordelijkheid voor het geheel waarvan we zelf onderdeel zijn?
Misschien is dat wel de grootste opgave van deze tijd.
Niet een woningcrisis, een stikstofcrisis of een zorgcrisis en misschien zelfs niet een vertrouwenscrisis.
Misschien is het vooral een crisis van verbondenheid.
Want verantwoordelijkheid ontstaat niet uit plicht. Ze ontstaat wanneer we ons weer verbonden voelen met elkaar, met de plek waar we leven en met het geheel waarvan we onderdeel zijn.
We zijn ontzettend goed geworden in het organiseren van onze samenleving, maar onderweg zijn we ook iets kwijtgeraakt. We hebben steeds meer uitbesteed.
Onze zorg.
Onze veiligheid.
Onze opvoeding.
Onze ontmoeting.
Onze gemeenschap.
En soms voelt het alsof we zelfs onze problemen hebben uitbesteed. Alsof er altijd wel een systeem, een overheid, een verzekeraar, een professional of een bestuurder zal zijn die het uiteindelijk oplost.
Natuurlijk hebben al die systemen een belangrijke rol, maar ze kunnen niet overnemen wat alleen tussen mensen kan ontstaan.
Geen overheid kan vertrouwen afdwingen.
Geen verzekeraar kan verbondenheid verzekeren.
Geen professional kan een gemeenschap voor ons bouwen.
Niet als filosofie, maar als iets wat zijn oma hem als kind leerde.
"Doe iets voor een ander zonder iets terug te verwachten. De goedheid komt altijd terug. Alleen vaak van een andere kant."
Die woorden bleven bij me.
Misschien omdat ze precies het tegenovergestelde zijn van hoe wij vaak naar waarde kijken. Wij willen weten wat iets oplevert. Voor wie. Wanneer. En hoeveel.
Maar wat als de opbrengst helemaal niet terugkomt op de plek waar de investering is gedaan?
Wat als een buurt waarin mensen elkaar kennen uiteindelijk niet alleen meer leefgeluk oplevert...maar ook minder eenzaamheid.
Minder zorg.
Meer gezondheid.
Meer veiligheid.
Meer vertrouwen.
Wat als een woning waarin iemand zich werkelijk thuis voelt niet alleen waarde creëert voor de bewoner...maar ook voor de gemeente.
Voor de zorg.
Voor de verzekeraar.
Voor de samenleving.
Misschien maken we uitstekende businesscases. Alleen rekenen we binnen te kleine cirkels.
De ontwikkelaar rekent.
De belegger rekent.
De gemeente rekent.
De woningcorporatie rekent.
De zorgverzekeraar rekent.
Iedereen optimaliseert zijn eigen spreadsheet.
Maar wie rekent eigenlijk voor de gemeenschap?
Misschien is dat precies wat Kate Raworth ons probeert te laten zien.
Niet dat economische waarde onbelangrijk is, maar dat zij nooit het hele verhaal vertelt.
Misschien begint de toekomst daarom niet met een betere businesscase.
Maar met een betere vraag.
Welke gemeenschap willen we eigenlijk bouwen?
Want uiteindelijk bouwen we nooit alleen huizen.
We bouwen buurten.
We bouwen organisaties.
We bouwen vertrouwen.
We bouwen de samenleving waarin onze kinderen straks volwassen worden.
En dus dragen we daar allemaal verantwoordelijkheid voor.
Niet alleen de overheid.
Niet alleen ontwikkelaars.
Niet alleen beleggers.
Niet alleen bestuurders.
Allemaal.
Misschien vraagt deze tijd ons daarom niet om méér verantwoordelijkheid te nemen.
Misschien vraagt zij ons om haar weer terug te nemen.
Niet omdat we alles zelf moeten oplossen, maar omdat we opnieuw mogen ontdekken dat een gemeenschap nooit ontstaat door wat één partij doet.
Verbondenheid is wat mensen bij elkaar brengt. Verantwoordelijkheid is wat maakt dat een gemeenschap blijft bestaan.
Ubuntu zegt:
"Ik ben, omdat wij zijn."
Misschien is dat geen filosofie, maar is het een herinnering.
Een herinnering dat mijn welzijn verbonden is met dat van jou.
Dat mijn huis niet ophoudt bij mijn voordeur.
Dat mijn organisatie niet ophoudt bij haar eigen resultaten.
En dat mijn verantwoordelijkheid niet ophoudt waar die van een ander begint.
Misschien is de belangrijkste vraag van deze tijd daarom niet hoe we méér woningen bouwen of hoe we betere organisaties creëren en misschien zelfs niet hoe we de samenleving veranderen.
Misschien is de vraag veel persoonlijker:
Welke verantwoordelijkheid heb ik ooit uit handen gegeven...die eigenlijk nog steeds van mij is?
Als mens.
Voor hoe ik leef.
Voor hoe ik liefheb.
Voor hoe ik omga met mijn kinderen, mijn collega's, mijn buren en de mensen die ik nog niet ken.
Als leider.
Voor de cultuur die ik iedere dag help creëren.
Voor de veiligheid die mensen voelen wanneer ze met mij samenwerken.
Voor de keuzes die ik maak, ook als niemand kijkt.
Als organisatie.
Voor de waarde die we toevoegen aan de samenleving.
Niet alleen aan onze aandeelhouders.
Maar ook aan de mensen, de plekken en de gemeenschappen waarvan we onderdeel zijn.
En als samenleving.
Voor de wereld die we samen achterlaten.
Niet omdat één van ons die wereld kan veranderen.
Maar omdat geen van ons erbuiten staat.
Niet alleen aan bestuurders.
Niet alleen aan ontwikkelaars.
Niet alleen aan beleggers.
Maar aan iedereen die dit leest.
Schuif je stoel weer aan.
Niet omdat je alle antwoorden hebt, maar omdat jouw aanwezigheid ertoe doet.
Stel een betere vraag.
Begin een gesprek.
Maak kennis met je buurman.
Investeer in iemand zonder direct iets terug te verwachten.
Durf verantwoordelijkheid te nemen voor het stukje wereld dat jou is toevertrouwd.
Want misschien begint iedere geliefde gemeenschap niet met een visie.
Niet met een subsidie.
Niet met een businesscase.
Maar met één mens...die besluit niet langer te wachten tot iemand anders begint.
Ik heb besloten mijn stoel weer aan te schuiven.
Schuif jij aan?
Geloof. Hoop. Liefde.
🤍 It all starts with one conversation 🤍
Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.