Over vertrouwen, radicale eigenheid en de kunst van het niet-weten.

Het was december 2024. Ik ging de stad in om kerstcadeautjes te kopen. Normaal gesproken pak ik de fiets, zeker als ik van plan ben met een paar volle tassen thuis te komen. Maar die dag besloot ik te lopen.
Ik wandelde over de kerstmarkt op het Lange Voorhout en merkte dat ik mijn route heel bewust koos. Er waren verschillende wegen naar de winkels waar ik moest zijn, maar ik sloeg af waar mijn gevoel me naartoe stuurde. Alsof ik ergens naar zocht, zonder te weten wat.
Ik dacht dat ik op zoek was naar cadeautjes. Daarvoor was ik tenslotte op pad gegaan.
Totdat ik ineens voor Ananda stond, een spirituele winkel op het Noordeinde.
Twee weken eerder was ik er voor het eerst geweest met een vriendin die voor mij een klankschaal en boeddhabeeldje wilde kopen. Ik had toen gezien dat je er ook tarotreadings kon krijgen.
Tarot kende ik van vroeger. Mijn moeder legde weleens kaarten met een vriendin en ik vond dat altijd een beetje eng. Vooral vanwege die kaart van de dood. Mijn vriendin had me inmiddels uitgelegd dat die kaart helemaal niet letterlijk over doodgaan hoeft te gaan, maar bijvoorbeeld over het einde van een fase en het begin van iets nieuws.
En nu stond ik daar weer.
Ik vroeg me af wat ik in die winkel moest. Cadeautjes kopen? Niemand thuis zat te wachten op een spiritueel kerstcadeau. Toen schoot me te binnen dat er een tarotreader aanwezig kon zijn. Ik gluurde naar binnen. Ze zat er. Sterker nog, ze was net klaar met haar vorige klant.
Nu kon ik niet meer terug, vond ik.
Ik liep naar binnen en zei dat ik graag een reading wilde.
"Wat is je vraag?" vroeg ze.
Ik vertelde dat ik het gevoel had op een kruispunt te staan. Zowel in mijn werk als in mijn privéleven. Ik wilde weten welke kant ik op moest.
"Dat zijn twee vragen", antwoordde ze.
Lekker commercieel, dacht ik. Eén vraag kostte namelijk vijftien euro.
Maar vervolgens vroeg ze of er onder die twee vragen misschien één andere vraag lag.
Ik hoefde niet lang na te denken.
"Ik ben op zoek naar stabiliteit en veiligheid."
"Kijk", zei ze. "Daar kunnen we mee werken."
Wat volgde, was een reading die me op verschillende momenten diep raakte. Ze vroeg of ik schreef en mediteerde. Dat deed ik inderdaad. Rond die tijd was ik begonnen iedere ochtend, direct na het wakker worden, te schrijven en te mediteren. Mijn schrijven had toen nog vooral de vorm van een dagboek. Ik schreef over wat ik meemaakte, waar ik dankbaar voor was en wat me bezighield.
De vrouw nodigde me uit om diep te duiken. Naar de bodem van de zee, waar volgens haar al het moois verborgen lag. Maar voordat ik daar kon komen, moest ik mijn eigen beklemmingen, beperkingen en schaduwen onder ogen zien. Daaronder lag het licht, mijn vermogen om helder te zien. En daaronder lag the queen.
Ik begreep toen nog niet precies wat ze daarmee bedoelde.
Wat ik wel meenam, was de boodschap dat ik de veiligheid en stabiliteit waarnaar ik verlangde buiten mezelf zocht, terwijl ik die juist in mezelf moest leren vinden.
Ik ging naar huis zonder routekaart voor mijn toekomst. Maar met een vraag die me niet meer losliet.
Wat ik allang wist
In diezelfde decembermaand schreef ik mijn kerstwens op. Ik wenste mezelf toe dat ik voortaan vanuit mijn hart zou leven, in plaats van vanuit angst.
Ik had geen idee hoeveel die wens van me zou vragen.
Mijn huwelijk verkeerde in zwaar weer. Ik voelde me al lange tijd verloren, moedeloos en alleen. Ergens wist ik dat ik niet verder kon zoals ik leefde, maar ik kon of wilde nog niet volledig onder ogen zien wat dat betekende.
Na de reading bij Ananda kwamen er verschillende ervaringen op mijn pad die me steeds opnieuw bij dezelfde vraag brachten.
Een vriendin legde sjamanenkaarten voor me. Op een gegeven moment trok ik letterlijk een kaart die over uit elkaar gaan ging. Tijdens diezelfde reading kwam ook mijn vader ter sprake. Meer dan eens hoorde ik de boodschap dat hij er was om me te helpen.
Mijn vader overleed in 2015.
Aan het einde van de reading zei mijn vriendin dat ik nog één kaart moest trekken.
"Deze is voor jou en je vader."
"Wat heeft mijn vader hier nu mee te maken?" vroeg ik.
"Ik weet het niet", antwoordde ze. "Maar dit moet je even doen."
Ik trok de kaart Dromenveld.
Een prachtig groen landschap vol bloemen en elfjes, met hoog boven het landschap een gedaante, een gezicht dat vanuit de hemel leek toe te kijken.
Alsof mijn vader daar stond.
En precies op dat moment schalde Seven Wonders van Fleetwood Mac uit de radio. Niet zomaar een band, maar de favoriete band van mijn vader. En niet zomaar een liedje, zeker niet als je naar de tekst luistert.
Ik weet nog hoe bijzonder die samenloop voelde. Alsof er op een moment waarop ik me ontzettend verloren, moedeloos en alleen voelde, toch iemand naast me stond.
Ik hoef niet te verklaren hoe dat kon om te weten wat die ervaring voor me betekende.
Ondertussen bleef die ene beslissing zich aandienen.
Wanneer ik dacht aan scheiden, voelde ik verdriet. Wanneer ik de woorden hardop uitsprak, kwamen de tranen.
Inmiddels heb ik mezelf goed genoeg leren kennen om te weten dat mijn tranen me soms iets vertellen wat mijn hoofd nog probeert te ontwijken. Niet iedere traan is een waarheid, maar ik herken steeds beter het verschil tussen verdriet omdat iets me overkomt en verdriet omdat ik eindelijk uitspreek wat ik diep vanbinnen al weet.
Mijn lichaam wist het eerder dan mijn hoofd.
Drie weken later, in januari 2025, sprak ik tegenover mijn toenmalige man uit dat ik wilde scheiden.
Ik had in december gevraagd om veiligheid en stabiliteit. En vervolgens nam ik een besluit dat de vertrouwde structuur van mijn leven ingrijpend veranderde.
Daar zit achteraf een bijna wonderlijke tegenstelling in.
Ik dacht dat veiligheid betekende dat ik wist waar ik aan toe was. Dat ik kon plannen, organiseren en vooruitzien. Dat ik voldoende grip had op de omstandigheden om te voorkomen dat mijn leven uit balans zou raken.
Maar juist door een keuze te maken waarvan ik de gevolgen niet kon overzien, begon ik te ontdekken wat veiligheid voor mij werkelijk betekent.
Het harnas
Ik heb een groot deel van mijn leven veel kunnen dragen. Verantwoordelijkheid nemen, vooruitdenken, oplossingen vinden, structuur aanbrengen. Het zijn kwaliteiten die me ver hebben gebracht, zowel privé als professioneel.
Maar ergens onderweg was ik ook gaan geloven dat ik mezelf veilig hield door voldoende controle te organiseren.
Als ik maar goed nadacht, genoeg voorbereidde, risico's voorzag en rekening hield met anderen, kon ik voorkomen dat het misging.
Natuurlijk wist ik rationeel dat het leven zich niet volledig laat plannen. Toch bleef ik het proberen.
Na mijn scheiding begon ik steeds beter te zien hoeveel energie dat me kostte. Hoe vaak ik vooruitliep op situaties die nog niet bestonden. Hoeveel ruimte al dat plannen en anticiperen innam, terwijl die ruimte ook beschikbaar had kunnen zijn om te leven.
Ik ontdekte ook dat mijn beschermingsmechanismen me niet alleen tegen pijn beschermden. Ze hielden soms ook de schoonheid van het leven op afstand.
Want als je je hart sluit om niet gekwetst te worden, bepaal je niet welke gevoelens er nog wel doorheen mogen.
Verdriet blijft niet netjes buiten, terwijl liefde naar binnen wandelt.
Ik wilde mijn harnas afleggen. Stukje bij beetje. Door eerlijker te worden over wat ik voelde, mijn verlangens serieus te nemen en mezelf zichtbaar te maken, ook wanneer ik niet wist hoe anderen daarop zouden reageren.
In januari 2025 begon ik ook op LinkedIn te schrijven. Over mijn werk, maar vooral ook over mijn leven, mijn binnenwereld en alles wat daarin in beweging was gekomen.
Daar zat aanvankelijk een heel praktische aanleiding achter. Ik zocht werk en moest weer inkomen gaan verdienen om voor mezelf en mijn gezin te kunnen zorgen. Zichtbaar zijn was dus ook een professionele noodzaak.
Tegelijkertijd voelde ik al langer dat de vastgoedwereld wel wat liever en menselijker mocht worden.
We zijn er ontzettend goed in om succesverhalen te vertellen en de mooie kanten van ons werk te belichten. Over deals, rendement, prestaties, vierkante meters en indrukwekkende projecten. Een wereld waarin de masculiene kwaliteiten van daadkracht, competitie en resultaatgerichtheid vaak de boventoon voeren.
Ik wilde de weegschaal meer in balans brengen. Met ruimte voor feminiene kwaliteiten als kwetsbaarheid, intuïtie, zorgzaamheid en verbinding. Voor de verhalen achter de resultaten. Voor de mensen achter de gebouwen.
Wat ik toen nog niet wist, was wat het schrijven zelf met me zou doen.
Vaak begin ik met iets wat me bezighoudt, zonder precies te weten wat ik erover wil zeggen. Een ontmoeting, een gevoel, iets wat iemand tegen me zei.
Pas wanneer ik ga schrijven, ontdek ik wat me werkelijk raakt.
Waarom voel ik dit? Wat maakt dat ik zo reageer? Welk verhaal vertel ik mezelf eigenlijk? En klopt dat verhaal wel?
Soms raakt wat ik schrijf me zo diep dat ik er zelf emotioneel van word. Ik ontdek tijdens het schrijven iets wat ik nog niet eerder zo helder had gezien.
Schrijven is voor mij een manier geworden om mezelf een spiegel voor te houden. En die spiegel laat ook de kanten zien die ik liever verborgen houd.
Dat vraagt eerlijkheid. Zeker wanneer ik vervolgens besluit mijn woorden met anderen te delen.
Want zichtbaar zijn is nog iets anders dan jezelf werkelijk laten kennen.
Ik was jarenlang gewend om zichtbaar te zijn in wat ik deed, wat ik kon en wat ik voor anderen betekende. Nu liet ik ook iets zien van de vrouw achter al die kwaliteiten. De vrouw die twijfelde, verlangde, bang was en soms helemaal niet wist hoe het verder moest.
Dat vond ik spannend.
En tegelijkertijd ontdekte ik hoeveel verbinding er kan ontstaan wanneer iemand zichzelf in mijn woorden herkent. Wanneer mijn persoonlijke ervaring een gesprek opent dat we anders nooit hadden gevoerd.
Ik moest denken aan hoe we soms verlangen dat anderen ons werkelijk zien, terwijl we tegelijkertijd hopen dat ze onze minder mooie kanten buiten beeld laten.
Maar hoe kunnen mensen ons leren kennen als we alleen laten zien wat we zelf acceptabel vinden?
Die vraag stel ik ook aan mezelf.
Want ik kan anderen wel uitnodigen om eerlijk en kwetsbaar te zijn, maar ben ik zelf bereid om in de spiegel te kijken wanneer iemand me iets laat zien wat schuurt?
Ik merk dat het schrijven me daarin helpt. Het dwingt me mijn eigen gedachten te onderzoeken voordat ik ze met anderen deel. En ook daarna blijft dat onderzoek doorgaan, juist wanneer iemand anders er een andere betekenis aan geeft.
Mijn persoonlijke verhalen bleken steeds vaker ook professionele verhalen te zijn.
Wat ik over mezelf ontdekte, raakte aan wat ik in organisaties, teams en plekken al jarenlang zag gebeuren. Hoe mensen zich aanpassen om erbij te horen. Hoe systemen zekerheid proberen te organiseren en daarbij soms het menselijke uit het oog verliezen. Hoeveel potentieel er vrijkomt wanneer mensen zich veilig genoeg voelen om zichzelf te laten zien.
Mijn schrijven gaf woorden aan een gedachtegoed dat zich steeds duidelijker begon af te tekenen. En uiteindelijk ook aan mijn missie om geliefde gemeenschappen te bouwen.
Plekken waar mensen zich gezien en gekend voelen. Waar we nieuwsgierig blijven naar elkaar, ook wanneer onze perspectieven verschillen.
Want mijn spiegel is mijn perspectief. De ander kijkt vanuit zijn eigen ervaringen, overtuigingen en gevoelens.
En juist wanneer we bereid zijn die verschillende werkelijkheden naast elkaar te leggen, kan er iets ontstaan wat geen van ons afzonderlijk had kunnen bedenken.
Dat klinkt mooi, totdat je zelf midden in zo'n situatie terechtkomt.
Wat als er genoeg ruimte is?
Onlangs maakte ik deel uit van een intervisiegroep met vrouwen die samen wilden onderzoeken hoe we steeds meer vanuit onze radicale eigenheid en visie konden leven en werken.
Een prachtig uitgangspunt, vond ik. Want hoe bijzonder zou het zijn als we elkaar niet kleiner hoefden te maken om bij elkaar te passen, maar elkaar juist konden helpen om meer van onszelf te laten zien?
Toen er spanning ontstond tussen mij en een van de andere vrouwen, die ook een vriendin van me was, merkte ik dat we heel verschillend naar de situatie keken.
Zij voelde zich geraakt door iets wat ik had ingebracht. Ik wilde begrijpen wat er tussen ons was gebeurd en onderzoeken of we ruimte konden maken voor beide perspectieven.
Ik wilde haar ervaring serieus nemen en tegelijkertijd ruimte houden voor mijn eigen intentie en beleving.
Een goede intentie maakt een pijnlijke impact niet ongedaan. Maar de impact vertelt ook niet automatisch het hele verhaal over wat iemand bedoelde.
Daartussen ligt een ruimte waarin je elkaar kunt ontmoeten. Als je allebei bereid bent die ruimte te betreden.
Ik bracht een andere gedachte in dan het idee dat we ons allemaal een beetje moesten aanpassen om de groep bij elkaar te houden.
Wat als er genoeg ruimte is voor ieders radicale eigenheid?
Wat als we niet beginnen bij de beperkte ruimte die er nu lijkt te zijn, maar bij de mogelijkheid dat we samen meer ruimte kunnen creëren?
Voor mij was dat Plan A.
Juist omdat het van iedereen iets vraagt: eerlijkheid, wederkerigheid, de bereidheid je eigen aandeel te onderzoeken en het ongemak te verdragen dat ontstaat wanneer verschillende werkelijkheden elkaar raken.
Die bereidheid om samen te onderzoeken bleek tussen ons niet wederzijds aanwezig.
Uiteindelijk besloot ik de groep te verlaten.
Dat deed pijn. Want met dat besluit nam ik afscheid van een groep waarin ik veel mogelijkheden had gezien en van een vriendschap die me dierbaar was.
Ook de verbinding met de twee andere vrouwen in de intervisiegroep betekende veel voor me. De dag na het gesprek stuurde ik ze een bericht. Ik bood mijn excuses aan voor het feit dat zij getuige waren geweest van iets waar zij geen directe rol in hadden en sprak de hoop uit dat we elkaar zouden blijven zien, spreken en inspireren, ook al zou dat voortaan via een ander kanaal zijn. Ik vertelde ze bovendien dat ik er alle vertrouwen in had dat ze bij de begeleider van onze groep in veilige handen waren. Daar mocht voor mij geen enkele twijfel over bestaan.
Want mijn besluit om te vertrekken betekende niet dat ik alles wat we samen hadden opgebouwd ter discussie stelde. Ik wilde juist recht doen aan wat er wél was. En ik wilde de ruimte openhouden voor de verbindingen die ook buiten de groep konden blijven bestaan.
Dat voelde belangrijk. Ik hoefde niet alle deuren achter me dicht te trekken om ergens afscheid van te kunnen nemen.
Tegelijkertijd deed het verdriet om die ene vriendschap er niet minder toe. Ik had graag onderzocht wat er mogelijk was geweest als we onze verschillende perspectieven samen hadden kunnen dragen, maar ik kon dat onderzoek niet alleen voeren. En ik wilde mezelf niet kleiner maken om een plek te behouden die juist bedoeld was om mijn radicale eigenheid te laten groeien.
Afscheid nemen voelde daardoor als een manier om trouw te blijven aan mijn oorspronkelijke verlangen.
Ik zie ook steeds duidelijker wat ik zelf in relaties te leren heb. Vooral wanneer het schuurt.
Ik ben goed in verbinden en harmonie bewaren, maar probeerde daarmee ook ongemak te voorkomen. Begrijpen, verzachten, oplossen, liefst voordat het echt ingewikkeld werd.
Nu oefen ik iets wat nieuw voor me is: door het conflict heen bewegen.
Het gesprek aangaan, ook als ik niet weet waar het eindigt. Nieuwsgierig blijven naar mijn eigen aandeel én dat van de ander, zonder de verantwoordelijkheid voor herstel alleen op me te nemen. Een conflict kan ruimte maken voor meer eerlijkheid en verdieping, maar herstel vraagt wel dat beide mensen bereid zijn elkaar tegemoet te komen.
Wederkerigheid kun je uitnodigen, maar niet afdwingen.
En daarmee kom ik bij iets wat ik de afgelopen tijd steeds beter begin te begrijpen: acceptatie.
Ik kan erkennen dat de ander een andere werkelijkheid ervaart dan ik. Dat we allebei iets anders nodig hebben. Dat onze verbinding niet geworden is wat ik ervan had gehoopt.
Ik hoef daar niet eindeloos tegen te blijven vechten.
Dat betekent niet dat ik alles goedkeur wat er is gebeurd. Ik mag verdrietig zijn, teleurgesteld of boos. En ik kan wel accepteren dat dit op dit moment de werkelijkheid is.
Van daaruit kan ik opnieuw kiezen hoe ik me ertoe wil verhouden.
En soms betekent dat afstand nemen.
Een verbinding hoeft niet voor altijd te blijven bestaan om betekenis te hebben gehad.
Drie parachutes
Pas achteraf zag ik iets bijzonders aan de manier waarop ik dat moeilijke gesprek was ingegaan.
Zonder het vooraf zo te bedenken, had ik drie parachutes voor mezelf georganiseerd.
In de dagen voor het gesprek sprak ik meerdere keren met een vriendin die luisterde, vragen stelde en me hielp mijn gedachten te ordenen. Ze nam mijn gevoelens serieus zonder me naar een bepaalde uitkomst te sturen.
Op de ochtend van het gesprek trainde ik met mijn personal trainer. Ik kwam uit mijn hoofd en terug in mijn lichaam. Ik voelde mijn voeten weer op de grond.
En tijdens het gesprek was er een begeleider die de ruimte hielp bewaken, zodat we het gesprek zorgvuldig konden voeren. Ook na afloop kon ik bij haar terecht.
Drie vrouwen. Drie verschillende vormen van steun.
Geen van hen kon het gesprek voor me voeren. Niemand kon garanderen dat de uitkomst zou zijn wat ik hoopte.
Maar ik hoefde het niet alleen te doen.
Dat besef raakte me. Ik had veiligheid georganiseerd zonder de situatie te controleren. Ik had mezelf ondersteund zonder mezelf af te schermen. Ik was kwetsbaar gebleven en had tegelijkertijd goed voor mezelf gezorgd.
Vroeger zou ik veiligheid vooral hebben gezocht in de zekerheid dat het gesprek goed zou aflopen. Nu vertrouwde ik erop dat ik mezelf kon dragen, ongeacht de uitkomst.
En ik ontdekte iets anders: jezelf kunnen dragen betekent niet dat je niemand nodig hebt.
Juist doordat ik verbinding toeliet, kon ik stevig blijven staan.
Ook mijn lichaam krijgt daarin steeds meer aandacht. Waar ik vroeger vooral vanuit mijn hoofd leefde, ontdek ik hoe belangrijk aanraking, beweging en lichamelijke ontspanning voor me zijn geworden.
Een massage, een saunabezoek, yin yoga, een training. Ik ervaar steeds meer hoe mijn lichaam me kan helpen om rust en veiligheid te voelen.
Mijn lichaam hoeft niet pas aandacht te krijgen wanneer het protesteert. Ik mag er ook gewoon prettig in wonen.
Wat merrie Bou me liet zien
Vlak voor de zomer bracht ik één dag door met Sara, Rubi en merrie Bou.
Het zou achteraf de laatste Paard & Veld-dag blijken te zijn. Kort daarna werd Rubi ongeneeslijk ziek. Onlangs is ze overleden.
Die laatste dag heeft inmiddels een bijzondere betekenis voor me gekregen.
Bou liet me iets zien over mijn persoonlijke ruimte. Bij andere deelnemers kwam ze soms heel dichtbij en bewoog ze over hun grenzen heen. Bij mij deed ze dat niet.
Rubi maakte me attent op het verschil. Volgens haar was voor Bou voelbaar waar mijn ruimte begon en ophield, zonder dat ik iets hoefde te zeggen of met mijn handen een grens hoefde aan te geven.
Ik vond dat fascinerend, want ik was juist zo gewend geweest om mijn grenzen uit te leggen. Om anderen te laten begrijpen waarom ik iets wel of niet wilde. Om de redelijkheid van mijn behoefte aan ruimte bijna te moeten bewijzen.
En daar stond een paard dat kennelijk geen uitleg nodig had.
Tijdens diezelfde dag gebeurde nog iets wat me diep raakte.
We deden een familieopstelling met een andere deelnemer. Ik stond in de opstelling voor haar moeder. Een andere vrouw vertegenwoordigde mijn eigen moeder, de grootmoeder van het kind in de opstelling.
Toen de grootmoeder in de opstelling dichtbij mij kwam staan, voelde ik iets wat me onmiddellijk bekend voorkwam.
Liefde. Maar ook benauwdheid.
Het was alsof de nabijheid van mijn moeder zoveel ruimte innam dat ik nauwelijks nog kon ademen. Juist omdat die liefde zo intens aanwezig was.
Toen de vrouw die mijn moeder vertegenwoordigde een stap terugdeed, veranderde er iets.
Er kwam ruimte.
En op dat moment kwam Bou naast me staan. Ze duwde met haar hoofd zachtjes tegen mijn rug, in de richting van mijn dochter in de opstelling.
Alsof ze me uitnodigde om weer naar haar toe te bewegen.
Dat moment raakte me diep.
Ik hoefde niet te kiezen tussen liefde voor mijn moeder en liefde voor mijn dochter. Maar ik had wel ruimte nodig om mijn eigen plek in te nemen.
En vanuit die plek kon ik mijn dochter weer werkelijk ontmoeten.
Rubi hielp me die ervaring te begrijpen. Als iets wat ik in mijn eigen lichaam kon voelen, zonder daar een oordeel over mijn moeder aan te verbinden.
De afgelopen jaren ben ik steeds anders naar de relatie met mijn moeder gaan kijken.
Mijn moeder is een ontzettend liefdevolle en zorgzame vrouw. We zijn lange tijd heel hecht geweest. Maar die nabijheid kon me ook verstikken.
Toen ze een groot deel van het jaar in Indonesië ging wonen en tijdens haar bezoeken aan Nederland bij mij verbleef, merkte ik hoe intens die periodes voor me waren.
Ik hield van haar. En tegelijkertijd verlangde ik naar ruimte.
Lange tijd voelde ik me daar schuldig over.
Wat zegt het over mij als dochter dat ik niet voortdurend bij mijn moeder wil zijn? Dat ik niet iedere dag behoefte heb aan contact? Dat ik soms meer afstand nodig heb dan zij zou wensen?
Ik had daar allerlei ideeën over. Over hoe een goede dochter zich hoort te gedragen. Over wat normaal is. Over wat liefde betekent.
Maar wie bepaalt eigenlijk wat normaal is?
En waarom zou mijn behoefte aan ruimte betekenen dat ik minder van haar houd?
Mijn moeder woont inmiddels permanent in Indonesië. We hebben niet heel frequent contact en op dit moment voelt dat voor mij goed.
Ik mis Indonesië. De geuren, het eten, de warmte, de herinneringen en mijn wortels. Maar dat betekent niet automatisch dat ik nu de behoefte voel om naar mijn moeder toe te reizen.
Ook dat mag naast elkaar bestaan.
Tijdens haar laatste bezoek aan Nederland, inmiddels ongeveer twee jaar geleden, was ze zes weken bij me. Drie daarvan was ze ziek.
Ze was 86 en wist zelf ook dat dit waarschijnlijk haar laatste bezoek aan Nederland zou zijn.
Op sommige momenten voelde het alsof we al afscheid van elkaar namen, terwijl ze nog leefde.
Ik heb haar verteld dat ik van haar houd. Dat ik dankbaar ben voor alles wat ze voor me heeft gedaan.
We voeren niet de diepgaande emotionele gesprekken waar ik zelf soms naar verlang. Dat is niet de taal waarin onze relatie zich van oudsher heeft ontwikkeld. Maar ik begin steeds beter te begrijpen dat liefde zich op verschillende manieren laat zien.
Soms in woorden. Soms in zorg. In eten dat voor je wordt klaargemaakt. In praktische hulp. In aandacht voor alles wat je nodig zou kunnen hebben.
En soms zit liefde ook in de ruimte die iemand je geeft, zelfs zonder zich daarvan bewust te zijn.
Ik ben de afstand tussen mijn moeder en mij anders gaan ervaren. Ik zie ook wat die afstand me heeft gegeven.
Ruimte om mijn eigen leven te leiden. Om te ontdekken wie ik ben, los van de verwachtingen die ik lange tijd voelde.
En om mijn dochter Amy op mijn eigen manier nabij te zijn.
Dat maakt de ervaring met Bou zo bijzonder. Ik voelde daar letterlijk wat er veranderde toen er ruimte ontstond tussen mij en mijn moeder. En hoe ik daardoor juist dichter bij mijn dochter kon komen.
Onlangs had ik een ontmoeting met iemand met wie de verhouding onder spanning was komen te staan. Vooraf had ik voor mezelf helder bepaald waar mijn grenzen lagen.
Wat me achteraf verwonderde, was dat ik die grenzen helemaal niet hoefde uit te spreken. De ontmoeting verliep anders dan ik op basis van eerdere ervaringen had verwacht. Er ontstond geen discussie en ik voelde niet de behoefte om iets uit te leggen of te rechtvaardigen.
Pas later moest ik terugdenken aan Bou.
Ik weet niet wat de ander precies heeft ervaren. Maar ik herkende iets van wat Bou me destijds had laten zien. De helderheid die ik vanbinnen voelde, leek ook in mijn aanwezigheid voelbaar te zijn.
Natuurlijk zal ik soms nog steeds mijn grenzen moeten uitspreken. Maar ik begrijp steeds beter dat een grens in de eerste plaats een afspraak met mezelf is.
Ik mag weten wat ik nodig heb, wat ik bereid ben te geven en wanneer iets niet meer bij me past.
De ander mag daar vervolgens zijn eigen keuzes in maken.
Ik dacht aan Rubi, die me had geholpen dat te herkennen. Het raakt me dat haar woorden en inzichten nu opnieuw bij me terugkomen, terwijl zij er zelf niet meer is.
En daarmee kwam er nog een andere vraag bij me op.
Wat laten we eigenlijk in elkaar achter?
Wat we aan elkaar doorgeven
Die vraag hield me bezig toen ik twee weekenden geleden met Amy haar verjaardag vierde.
Zaterdagochtend vertrokken we met z'n drieën vroeg richting Amsterdam. Eerst gingen Amy en Tobias naar de kapper. Daarna streken we neer bij De Wasserette aan het Gerard Douplein, waar we op het verwarmde terras uitgebreid ontbeten. Vervolgens gingen we winkelen voor Amy's verjaardagsoutfit.
Daarbij heeft Tobias een belangrijke rol. Want als het om kleding gaat, heeft haar broer duidelijk meer gezag dan haar moeder. Zijn oordeel weegt zwaar. En terecht, zo lijkt het.

Na het shoppen haalden we koekjes bij Van Stapele. Die aten we als lunch. Gewoon, omdat het kon.
Daarna namen we afscheid van Tobias en reden Amy en ik naar Haarlem, waar we in het Van der Valk logeerden.
Van der Valk heeft een bijzondere plek in mijn familiegeschiedenis. Als mijn vader in Nederland was, gingen we van oudsher met het gezin eten bij Van der Valk in Kinderdijk, bij de molens.
Ik herinner me de halve kip met appelmoes. En natuurlijk de beroemde kers.
Ook met oud en nieuw speelde Van der Valk een vaste rol. We vierden dat altijd met onze familie bij mijn oom en tante in Alkmaar, waar zij een Indonesisch restaurant hadden. We logeerden dan bij Van der Valk in Akersloot.
Het waren vertrouwde rituelen. Samenzijn, lekker eten, familie om je heen.
Tegenwoordig ligt de culinaire lat van mijn kinderen een stuk hoger. Ik heb hun smaak inmiddels zo grondig verpest dat een halve kip met appelmoes allang niet meer voldoet. Oesters, vongole, bone marrow en alles wat menig mens spannend vindt om te eten: daar worden ze juist enthousiast van.
Ze willen proeven, ontdekken en begrijpen hoe iets is klaargemaakt. En vervolgens proberen ze het thuis zelf na te maken.
Dat vind ik ontzettend leuk. Dus gingen Amy en ik die avond in Haarlem eerst borrelen en oesters eten bij de Jopenkerk, om daarna bij Frenchies uitgebreid te dineren.

We praatten over haar plannen, haar twijfels, school, vriendinnen en alles wat er op haar leeftijd speelt.
Ik hoefde niets uit haar te trekken. De gesprekken ontstonden vanzelf, ergens tussen de oesters en de volgende gang.
Eerder die middag hadden we in het hotel ook de sauna bezocht.
Dat vond ze vooraf best spannend. Net als de headspa die we voor de volgende dag hadden gepland. Maar ze was nieuwsgierig en stond ervoor open om iets nieuws te proberen.
Ik vond het heerlijk om haar op die manier kennis te laten maken met iets wat voor mij de afgelopen jaren zo belangrijk is geworden: goed voor je lichaam zorgen en ervaren hoe prettig aanraking en ontspanning kunnen zijn.
En toen was er ook nog die spelersbus van Feyenoord bij ons hotel.
Amy is een groot Feyenoordfan, iets wat ze van haar vader heeft meegekregen. Ik heb zelf weinig met voetbal, al heb ik dan weer een zwak voor Ajax, dankzij mijn vader. Hij was een Amsterdammer met Indonesische wortels en groeide op in Amsterdam-West.
Dus stonden we samen achter het hotel te wachten, als twee groupies, om een glimp van de spelers op te vangen.
Ik was enigszins trots op mijzelf, want ik herkende John de Wolf en Giovanni van Bronckhorst.
Ik dacht nog en bleek het ook nog hardop te zeggen: "wat leuk dat die oud-voetballers ook meegaan."
"Mam, dat zijn de coaches!"
Ach ja. Je kunt niet overal verstand van hebben.
De volgende ochtend ontbeten we in Haarlem en gingen we naar de headspa. Amy liet zich onderdompelen in een ervaring die ze nog niet kende en ik genoot ervan om te zien hoe ze zich eraan overgaf.

Ik heb ontzettend genoten van dat weekend. Van het plezier, het lachen, de gesprekken en het gemak waarmee we samen konden zijn. En ergens moest ik weer aan Bou denken. Aan de ruimte die ik zelf nodig had om mijn dochter werkelijk te kunnen ontmoeten.
Ik realiseerde me hoe anders mijn relatie met mijn kinderen inmiddels is geworden.
Ik luister anders, probeer minder snel iets op te lossen en laat meer ruimte voor hun eigen ervaringen. Ik hoef niet voortdurend te weten wat goed voor hen is. Ik mag naast hen staan, terwijl zij dat zelf ontdekken.
Natuurlijk wil ik ze beschermen. Maar ik kan ze niet behoeden voor iedere teleurstelling, iedere onzekerheid of ieder verdriet.
Wat ik wel kan proberen, is ervoor zorgen dat ze weten dat ze daarmee bij me terechtkunnen. Dat ze hun eigen leven mogen leiden, ook wanneer ze andere keuzes maken dan ik zou maken.
En dat brengt me bij iets wat me tijdens dat weekend misschien nog wel het meest raakte.
Eten en samenzijn zijn voor mij altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Dat heb ik van mijn ouders meegekregen. Mijn herinneringen aan vroeger zijn gevuld met tafels waaraan mensen samenkwamen. Met familie, gesprekken, eten en de vanzelfsprekendheid dat er altijd iets lekkers op tafel stond.
Dat gevoel heb ik mijn hele leven willen doorgeven.
Ik verlangde naar een huis waar mijn kinderen zich thuis zouden voelen. Waar hun vrienden welkom waren. Waar mensen konden aanschuiven, blijven eten of gewoon even aanwaaien.
Een plek waar je jezelf kunt zijn en waar altijd ruimte is voor nog iemand aan tafel.
Als ik nu naar mijn leven kijk, zie ik dat ik dat heb gecreëerd.
Mijn kinderen zijn graag bij me. Ze nemen vrienden mee naar huis. Mensen komen eten of lopen gewoon even binnen.
Mijn huis is een plek geworden waar mensen graag samenkomen en ik geniet daar intens van.
Ik heb jarenlang verlangd naar een thuis waarin die warmte en vanzelfsprekende verbondenheid voelbaar waren.
Nu realiseer ik me dat ik dat thuis zelf heb gebouwd.
Voor mijn kinderen.
Voor de mensen van wie ik houd.
En ook voor mezelf.
Ik denk steeds vaker na over wat we als ouders aan onze kinderen doorgeven. Via onze woorden, onze gewoontes en de manier waarop we leven.
Mijn moeder heeft me veel gegeven. Haar zorgzaamheid, haar aandacht, haar liefde.
Mijn vader heeft me weer iets anders meegegeven.
Hij overleed in 2015, na een onverwacht en ingrijpend ziekbed. Getroffen door het Guillain-Barré syndroom, veranderde hij binnen 24 uur van een actieve man in iemand die vrijwel volledig verlamd was. Drie maanden later moesten we afscheid van hem nemen.
Het ging allemaal zo snel.
Er zijn dingen die ik hem nooit meer heb kunnen vertellen. Hoeveel hij voor me betekende. Hoe dankbaar ik ben voor wat hij me heeft laten zien.
Mijn vader was iemand die bleef zoeken, bleef verlangen en bleef leven, ook wanneer het leven hem niet gemakkelijk werd gemaakt.
Ik denk dat ik pas de afgelopen twee jaar werkelijk ben gaan begrijpen hoeveel ik daarvan heb meegekregen.
De manier waarop ik nu probeer te leven, voelt als een antwoord aan hem.
Ik leef mijn eigen leven, met de moed en levenslust die ik ook bij hem heb gezien.
En daarmee begrijp ik ook iets beter wat Rubi heeft achtergelaten.
Ze is er niet meer. Maar haar aandacht, haar woorden en de ervaringen die ik met haar heb opgedaan, leven in mij voort.
Zoals mijn vader in mij voortleeft.
En zoals ik, zonder precies te weten hoe, ook iets achterlaat in mijn kinderen en in de mensen die ik ontmoet.
Dat hoeft niet groots te zijn.
Soms is het een gesprek, een gebaar of een liedje dat iemand je stuurt omdat het hem aan jou deed denken. Een artikel, een filmpje of een foto waarvan iemand weet dat je er blij van wordt.
Kleine manieren om te zeggen: ik dacht aan je. Ik zie je. Ik ken iets van jou.
Ik kwam daar onlangs het woord 'pebbling' voor tegen, een term voor het delen van kleine, zorgvuldig gekozen attenties als teken van genegenheid.
Ik vind dat een mooie gedachte.
Want niet iedereen spreekt dezelfde taal van liefde. En soms missen we wat een ander ons probeert te geven, omdat we zo gewend zijn geraakt aan de manier waarop we zelf liefde uitdrukken.
Dat nodigt me uit om nieuwsgierig te blijven naar de ander.
Hoe laat iemand mij weten dat ik belangrijk ben? En herken ik die liefde ook wanneer ze een andere vorm heeft dan ik verwacht?
Tegelijkertijd blijf ik trouw aan mijn eigen behoefte aan wederkerigheid. Ik wil de taal van een ander leren verstaan en hoop dat die ander ook nieuwsgierig is naar de mijne.
De groeiende taart
Die nieuwsgierigheid speelt ook een steeds grotere rol in mijn ondernemerschap.
Na jarenlang te hebben gewerkt in organisaties waar strategie, planning, rendement en risicobeheersing vanzelfsprekend waren, begon ik in augustus 2025 voor mezelf.
Ik wist waar ik voor stond. Ik wilde bijdragen aan het bouwen van geliefde gemeenschappen. Plekken, teams en organisaties waar mensen zich gezien voelen, zich kunnen verbinden en kunnen floreren.
Maar hoe ik daar precies een duurzaam verdienmodel van zou maken, wist ik nog niet.
En eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet hoe alles zich zal ontwikkelen.
Dat brengt onzekerheid met zich mee. Ook financieel.
Er zijn momenten waarop mijn hoofd onmiddellijk aan de slag wil met scenario's, planningen en oplossingen. Waarop de behoefte aan zekerheid zich luid en duidelijk meldt.
Maar ik merk dat ik anders met die onzekerheid omga dan vroeger.
Ik blijf bewegen.
Ik ontmoet mensen, voer gesprekken, schrijf, deel mijn ideeën en verbind mensen en disciplines met elkaar. Niet iedere ontmoeting hoeft direct iets op te leveren. Niet ieder idee hoeft onmiddellijk in een opdracht te veranderen.
Ik kwam onlangs het woord faalmoedig tegen. Een woord dat me aan het denken zette.
Bij faalangst ben je bang om te falen. Faalmoed is de bereidheid om iets te proberen terwijl je weet dat het mis kan gaan.
Dat herken ik, want als ik had gewacht tot ik zekerheid had over mijn inkomen, mijn opdrachten en mijn verdienmodel, was ik waarschijnlijk nooit begonnen.
Maar ook mijn kijk op falen verandert.
Was mijn scheiding een mislukking omdat mijn huwelijk eindigde? Of was het een keuze om trouw te blijven aan mezelf?
Was het verlaten van de intervisiegroep een mislukking omdat we er niet in slaagden samen meer ruimte te creëren?
En als mijn ondernemerschap zich anders ontwikkelt dan ik nu voor ogen heb, betekent dat dan dat ik gefaald heb?
Niet iedere uitkomst die anders is dan gehoopt, is een mislukking.
Natuurlijk kan iets tegenvallen. Ik kan ergens hard voor werken en ontdekken dat het niet lukt. Ik kan teleurgesteld zijn, verdriet hebben of achteraf denken dat ik iets anders had moeten aanpakken, maar ik hoef de waarde van mijn keuzes niet uitsluitend af te meten aan de uitkomst.
Ik kan falen in wat ik probeer, zonder te falen in wie ik ben.
Die gedachte geeft me ruimte om te experimenteren, nieuwe mensen te ontmoeten en ideeën te onderzoeken waarvan ik vooraf nog niet weet of ze levensvatbaar zijn.
Steeds vaker merk ik hoeveel er mogelijk wordt wanneer ik met anderen onderzoek wat we samen kunnen laten ontstaan.
De groeiende taart, noem ik dat.
In plaats van te verdelen wat er al is, onderzoeken we wat we samen kunnen toevoegen.
Dat vraagt om een andere manier van denken. Vanuit mogelijkheden en nieuwsgierigheid naar wat er onderweg ontstaat.
In improvisatie bestaat daarvoor een eenvoudige regel: ja, en.
Je neemt aan wat zich aandient en bouwt daarop voort.
Dat betekent niet dat je overal ja tegen zegt. Mijn grenzen zijn er nog steeds. Maar ik hoef niet vooraf precies te weten waar iets naartoe leidt om er een eerste stap in te zetten. Soms ontstaat de waarde pas doordat mensen elkaar ontmoeten, ideeën zich verbinden en iets groeit wat niemand van tevoren had kunnen bedenken.
Dat is hoe ik wil ondernemen.
En steeds meer hoe ik wil leven.
Wanneer verlangen omslaat in hoop
Afgelopen weekend zat ik met mijn vriendin aan tafel. We gingen later die avond naar het Amsterdam Dance Event, maar namen eerst uitgebreid de tijd om samen te eten en bij te praten.
We spraken over onze liefdes die geen liefdes zijn. Om verschillende redenen. Over mensen van wie we houden, maar met wie we niet de verbinding kunnen leven waarnaar we verlangen.
En we kwamen te spreken over de dunne lijn tussen hoop en verlangen.
"Volgens mij zit er onder hoop iets van wachten", zei ik. "En onder verlangen zit vertrouwen."
Hoe langer we erover spraken, hoe duidelijker ik voelde wat ik daarmee bedoelde. Al bleef de vraag me daarna bezighouden.
Want verlangen en hoop zijn geen twee gescheiden gevoelens. Ik denk inmiddels dat verlangen kan omslaan in hoop.
Verlangen heeft voor mij beweging in zich. Het vertelt me wat ik diep vanbinnen wil ervaren. Ik mag naar iemand verlangen, hem missen en me voorstellen hoe mooi het zou zijn als we elkaar ooit werkelijk konden ontmoeten.
Ondertussen blijf ik mijn eigen leven leiden. Ik hoef niet te weten of, wanneer of hoe dat verlangen werkelijkheid wordt.
Maar er kan iets verschuiven. Bijna ongemerkt ga ik dan wachten op een bericht, een initiatief of een verandering in zijn omstandigheden. Alsof ik pas verder kan bewegen of ten volle kan genieten wanneer hij naar mij toe beweegt.
En wanneer de feiten geen aanleiding geven om te verwachten dat die beweging komt, kan die hoop me juist stilzetten.
Hoop kan ons ook door moeilijke tijden heen helpen. Ze kan ons moed geven en openhouden voor mogelijkheden die we nog niet kunnen zien.
Maar ik merk dat hoop soms een manier kan worden om niet volledig te hoeven accepteren wat er op dit moment is.
Daarom onderzoek ik mezelf wanneer ik merk dat mijn verlangen naar hem me bezighoudt.
Leef ik nog volop, met ruimte voor alles wat zich aandient? Of ben ik ergens aan het wachten?
Als ik dat laatste herken, vraag ik mezelf af waar ik eigenlijk op hoop. En waarom ik mijn leven even laat afhangen van een beweging die niet van mij is.
Dat onderzoek is niet altijd gemakkelijk.
Ik kan iemand liefhebben zonder mezelf verantwoordelijk te maken voor zijn leven. Ik kan hem missen zonder daar onmiddellijk iets mee te moeten doen. En ik kan de deur openlaten zonder zelf in de deuropening te blijven staan.
Er is een wezenlijk verschil tussen ruimte laten voor iemand en wachten tot die ander mijn leven weer in beweging brengt.
Ik hoef mijn verlangen niet kleiner te maken. Het vertelt me wat ik belangrijk vind en wat ik in mijn leven wil verwelkomen. Maar ik wil mijn levensvreugde niet afhankelijk maken van de bereidheid van iemand anders om mij tegemoet te komen.
En ik wil ook niet langer geloven dat liefde vooral betekent dat ik degene moet zijn die begrijpt, geduld heeft, initiatief neemt en de verbinding bewaakt.
Ik mag verlangen naar wederkerigheid.
Naar iemand die niet alleen mijn aandacht ontvangt, maar ook nieuwsgierig is naar mijn binnenwereld. Iemand die bereid is naar mij toe te bewegen, zoals ik bereid ben naar hem toe te bewegen.
Ook in de mooiste verbindingen zullen misverstanden ontstaan en zullen mensen elkaar soms pijn doen. Ik verlang naar iemand die bereid is samen te onderzoeken wat er tussen ons gebeurt.
Als ik de taal van iemands hart wil leren verstaan, mag ik ook verlangen naar iemand die de mijne wil leren spreken.
En daarin zit voor mij een vorm van vrijheid.
Dat ik beschikbaar kan zijn voor liefde zonder op liefde te wachten.
Twee verwaaide katten
Na ons uitgebreide gesprek over hoop, verlangen en de liefde besloten mijn vriendin en ik dat het tijd was om te gaan dansen.
Buiten was inmiddels een stevige herfststorm losgebarsten. Het waaide als een gek en de regen kwam met bakken uit de hemel.
We hadden ons helemaal in de steigers gezet voor een avond uit. Haar, make-up, kleding, alles erop en eraan.
Maar de weergoden hadden duidelijk andere plannen.
We gingen met de bus naar het WTC in Amsterdam, waar we naar de Wolvenroedel zouden gaan. Alleen reed de eerste bus ons doodleuk voorbij, terwijl wij in de slagregen stonden te wachten.
Ons geduld werd danig op de proef gesteld.
We hadden ook kunnen besluiten om het hierbij te laten. Terug naar huis, joggingbroek aan en met een glas wijn bij de haard. Ook bepaald geen straf.
Maar nee. We gingen.
Toen we uiteindelijk bij het WTC aankwamen, konden we de ingang niet vinden. Dus daar liepen we, twee vrouwen die zich zorgvuldig hadden opgedoft, inmiddels veranderd in twee verwaaide katten die door de regen op zoek waren naar een feestje.
We hebben er vooral ontzettend om gelachen.
Dankzij een lieve oud-collega mocht ik die avond mijn eerste echte vuurdoop in de dancewereld beleven. En hoe toepasselijk dat die plaatsvond in het WTC, een omgeving die ik zo goed ken vanuit mijn werk, maar waar ik nu voor iets heel anders kwam.
Niet om een vergadering bij te wonen, een strategie te bespreken of een vastgoedvraagstuk op te lossen.
Ik kwam dansen.
De Wolvenroedel bleek een heerlijk instapmodelletje. Niet te groot, lekker ontspannen en met genoeg fascinerend publiek om naar te kijken en mee te dansen.
Ik voelde de muziek, de energie van de mensen om me heen en het plezier van samen iets nieuws beleven.
Maar er speelde nog iets anders.
We wisten allebei dat deze avond ook verdriet kon oproepen. Voor mijn vriendin, omdat ze juist die dancewereld samen met haar liefde had ontdekt en beleefd. De muziek, de sfeer en de herinneringen waren onlosmakelijk met hem verbonden. Voor mij, omdat ik wist dat de man naar wie ik verlang ook van deze wereld houdt. En, omdat ik me kon voorstellen hoe bijzonder het zou zijn om zo'n avond samen met hem te beleven.
We gingen dus ergens naartoe waarvan we wisten dat het ons ook kon raken. En dat gebeurde. Tussen het dansen en lachen door voelde ik af en toe het gemis, maar ik merkte ook dat het verdriet mijn plezier niet in de weg hoefde te staan.
Ik kon geraakt worden door een herinnering of een verlangen en even later weer helemaal opgaan in de muziek. We hoefden niet te kiezen welke emotie er die avond mocht zijn. We konden nieuwe herinneringen maken, terwijl de oude nog altijd betekenis hadden.
Dat vond ik een bijzondere ervaring.
Want hoe vaak proberen we verdriet te vermijden door weg te blijven van plekken, mensen of situaties die ons eraan herinneren?
Ik herken die neiging bij mezelf.
Afstand nemen kan helpen. Soms heb je die afstand ook echt nodig. Maar ik wil niet dat mijn angst om verdriet te voelen bepaalt wat ik nog durf te beleven.
Die avond liet me zien dat plezier en verdriet naast elkaar kunnen bestaan. Dat ik kan genieten van iets wat me tegelijkertijd herinnert aan wat ik mis. En dat ik mezelf nieuwe ervaringen gun, ook wanneer ik niet weet welke gevoelens ze zullen oproepen.
Achteraf moest ik lachen om de tegenstelling tussen ons gesprek aan tafel en de reis die daarop volgde.
We hadden uitgebreid gesproken over hoe verlangen ongemerkt in wachten kan veranderen. Over vertrouwen, beweging en het leven niet stil laten staan.
En vervolgens waren we de storm ingegaan, letterlijk en figuurlijk.
We hadden onderweg alle gelegenheid om af te haken, maar we hadden zin om iets te beleven. Dus gingen we.
Dat is voor mij ook leven vanuit mijn hart. Nieuwe werelden ontdekken, lachen wanneer alles anders loopt dan gepland en mezelf toestaan om geraakt te worden door wat zich aandient.
En soms dus gewoon heerlijk dansen.
Wat er al is
De afgelopen tijd ben ik me steeds bewuster geworden van hoeveel er inmiddels al in mijn leven aanwezig is.
Jaren geleden kon ik de mensen met wie ik werkelijk een diepe, wederkerige vriendschap ervoer op één hand tellen.
Dat is veranderd.
In de afgelopen drie jaar zijn er zoveel bijzondere mensen in mijn leven gekomen. Mensen met wie ik kan lachen tot mijn buik pijn doet. Met wie ik kan praten over wat me bezighoudt. Die me een spiegel voorhouden wanneer dat nodig is. Mensen die luisteren zonder meteen iets te willen oplossen. Die me aanmoedigen wanneer ik twijfel. En die ook gewoon zin hebben om samen naar een film, tentoonstelling, concert of feestje te gaan.
Ik ontdek dat niet iedere vriendschap hetzelfde hoeft te brengen.
Met de ene vriendin voer ik de diepste gesprekken. Met de andere kan ik eindeloos lachen. Weer een ander deelt mijn liefde voor kunst, architectuur, muziek of poëzie.
Sommige mensen zijn er voor een avond dansen. Anderen voor een gesprek dat nog dagen in me doorwerkt. En sommige mensen voor allebei.
Ik hoef niet van iedere verbinding te verlangen dat ze alles omvat.
Dat maakt mijn leven zoveel rijker.
Onlangs ging ik met twee vriendinnen met wie ik al twintig jaar bevriend ben naar een jubileumdiner van restaurant Nona in Den Haag.
We hadden vier plaatsen gereserveerd.
Drie vriendinnen. Vier stoelen.

Geïnspireerd door Esther Perel en haar oproep 'Talk to strangers' ontstond het idee om die vierde stoel open te stellen voor iemand die we nog niet kenden.
We plaatsten een oproep via LinkedIn en Instagram. Wie had er zin om bij drie vrouwen aan te schuiven voor een avond vol eten, gesprekken en nieuwe ontmoetingen?
Ik vond het een heerlijk idee.
Want hoe vaak zitten we met dezelfde mensen aan tafel, terwijl er zoveel anderen rondlopen met verhalen die we nog nooit hebben gehoord?
Uiteindelijk vonden we niemand die die avond op de vierde stoel aanschoof.
Maar dat maakte de avond er niet minder bijzonder op. We zaten aan lange tafels en ontmoetten andere mensen, raakten met onbekenden in gesprek en genoten van de avond.
En na afloop kreeg ik een bericht van een vrouw die via een vriendin van onze oproep had gehoord. Ze was vanuit Amsterdam naar Den Haag verhuisd en had graag willen aanschuiven.
Dat was die avond niet gelukt, maar we raakten alsnog met elkaar in gesprek.
Inmiddels hebben we een lunchafspraak gemaakt.
Ik vind het mooi hoe zoiets zich kan ontwikkelen.
We hadden een stoel vrij en een idee over wat er zou kunnen gebeuren. De werkelijkheid liep anders, maar door die uitnodiging ontstond alsnog een nieuwe verbinding.
Ik realiseer me hoe vaak ik vroeger vooral keek naar wat er nog ontbrak.
Een relatie waarin ik me werkelijk verbonden voelde. Meer zekerheid over mijn werk en inkomen. Duidelijkheid over mijn toekomst.
En natuurlijk zijn er nog steeds dingen waarnaar ik verlang.
Maar wanneer ik om me heen kijk, zie ik ook hoeveel van wat ik ooit hoopte te ervaren inmiddels werkelijkheid is geworden.
De vriendschappen. De gesprekken. Het plezier.
De relatie met mijn kinderen.
De vrijheid om mijn eigen keuzes te maken.
De ruimte om te onderzoeken wie ik ben en wat ik de wereld wil brengen.
En het thuis dat ik inmiddels heb gecreëerd, voor mezelf en de mensen van wie ik houd.
Ik had dit leven twee jaar geleden niet kunnen voorspellen. En ik weet ook niet of ik er toen voor had durven kiezen als iemand me precies had verteld wat ervoor nodig zou zijn. Maar ik ben er wel.
Ik voel steeds vaker hoe rijk mijn leven al is.
Er zijn nog genoeg onzekerheden. Er zijn mensen die ik mis en dingen die ik graag anders zou zien.
Maar er is ook zoveel om van te houden.
De waarde van een ontmoeting
De afgelopen tijd kwamen er verschillende Japanse begrippen op mijn pad die me aan het denken zetten over hoe ik met tijd, ontmoetingen en tegenslag omga.
Een daarvan is 'ichigo ichie': één keer, één ontmoeting. De gedachte dat ieder moment uniek is, omdat het nooit meer precies op dezelfde manier zal plaatsvinden.
Ik moest denken aan de mensen die ik regelmatig zie. Vrienden met wie ik al jaren aan tafel zit, gesprekken die we steeds opnieuw voeren, plekken waar we telkens terugkomen.
Hoe gemakkelijk is het om te denken dat er altijd wel een volgende keer komt?
Maar zelfs wanneer die volgende keer komt, zijn we niet meer precies dezelfde mensen. We hebben iets meegemaakt, geleerd, verloren of ontdekt. Soms nauwelijks merkbaar, soms levensveranderend.
Iedere ontmoeting brengt een andere versie van onszelf samen.
Daarbij raakte ook het begrip 'En' me, dat verwijst naar de verbindingen tussen mensen en de bijzondere manier waarop levens elkaar kunnen kruisen.
Ik vind het fascinerend hoe sommige ontmoetingen op precies het juiste moment lijken plaats te vinden.
Iemand die je onverwacht tegenkomt. Een gesprek dat een nieuwe gedachte in beweging zet. Een vriendschap die ontstaat, terwijl je daar helemaal niet naar op zoek was.
En soms verdwijnen mensen weer uit je leven, terwijl iets van hen bij je blijft.
Ik vraag me weleens af of bepaalde ontmoetingen toeval zijn. Waarom iemand juist op dat moment verschijnt. Waarom sommige mensen blijven en anderen na een tijdje weer verdwijnen.
Maar ik weet niet of ik geloof dat alles voorbestemd is. Dat iedere ontmoeting een bedoeling heeft of dat iemand op mijn pad moest komen om me iets te leren.
Sommige ontmoetingen brengen verdriet. Andere vooral plezier. En soms begrijp ik pas veel later wat iemand voor me heeft betekend. Een vriendschap hoeft niet voor altijd te duren om waardevol te zijn geweest. En een ontmoeting hoeft me niets te leren om de moeite waard te zijn. Soms is samen lachen al genoeg.
Het derde begrip dat me bezighield, was 'gaman'. Het wordt onder meer gebruikt voor het vermogen om moeilijke omstandigheden met geduld en waardigheid te verdragen.
Ik herkende daar iets in, maar voelde ook weerstand. Want ik ben mijn hele leven al goed geweest in verdragen. In doorgaan, verantwoordelijkheid nemen en overeind blijven wanneer het ingewikkeld wordt.
Dat was nu juist het harnas dat ik wilde afleggen.
Ik wil niet opnieuw leren hoe ik nog meer kan dragen. Ik wil leren voelen wanneer ik iets mag neerleggen.
Toch raakt de gedachte me dat je door moeilijke periodes heen kunt bewegen zonder jezelf onderweg te verliezen.
Ik hoef mijn verdriet niet weg te drukken om rustig te blijven, of onmiddellijk een oplossing te vinden wanneer iets pijn doet.
Soms is blijven bewegen de juiste keuze. Soms vraagt het leven juist dat ik even stilsta, hulp vraag of afstand neem.
Ik kan iets verdragen zonder te besluiten dat ik het moet blijven verdragen.
Stevigheid is niet hetzelfde als onbewogen blijven. Een boom die in de storm meebeweegt, is niet minder stevig dan een boom die rechtop probeert te blijven staan.
En dat brengt me terug bij hoe ik tegenwoordig probeer te leven.
In december 2024 had ik mijn vaste ochtendrituelen van schrijven en mediteren hard nodig. Ze hielpen me voelen wat ik overdag gemakkelijk uit de weg ging.
Inmiddels is die aandacht steeds meer verweven geraakt met mijn gewone leven.
Tijdens een wandeling, in de auto met een kop koffie of tijdens mijn wekelijkse yinles.
Ik gun mezelf regelmatig een APK: een massage, een saunadag of af en toe een truffelceremonie.
En soms veeg ik bewust mijn agenda schoon. Ik laat ruimte open om te ontdekken waar ik die dag zin in heb, wie ik wil ontmoeten of wat mijn aandacht vraagt.
Waar ik vroeger structuur nodig had om rust te vinden, ontdek ik nu steeds vaker rust in de ruimte die ik openlaat.
Ik wil aandacht hebben voor de mensen die vandaag in mijn leven zijn. Voor de gesprekken die we voeren en de herinneringen die we samen maken.
Ik wil blijven bewegen wanneer het leven ingewikkeld wordt, maar ook herkennen wanneer het tijd is om even stil te staan.
En ik wil blijven genieten, zelfs wanneer er verdriet is.
Want juist de afgelopen twee jaar hebben me laten zien hoeveel er in beweging kan komen wanneer ik niet langer probeer alles vooraf te bepalen.
Terug naar de bodem van de zee
Als ik nu terugdenk aan die middag in december 2024, begrijp ik veel beter wat de vrouw in Ananda me probeerde te vertellen.
Ik ging op zoek naar een antwoord op de vraag welke kant ik op moest. Maar de belangrijkste vraag was of ik mezelf voldoende vertrouwde om de richting te volgen die ik diep vanbinnen al kende.
Sindsdien heb ik veel losgelaten.
Mijn huwelijk. De zekerheid van een vaste baan en een vertrouwde professionele omgeving. Ideeën over hoe mijn leven eruit moet zien. Verwachtingen van mensen en verbindingen.
En vooral de overtuiging dat ik voldoende controle moet hebben om me veilig te kunnen voelen.
Dat ging niet zonder verdriet, angst of momenten van twijfel.
Ik heb ook niet ineens alle antwoorden gevonden. Mijn leven is op verschillende terreinen juist minder voorspelbaar dan voorheen.
Maar ik ben mezelf beter gaan kennen.
En ik ben mezelf meer gaan vertrouwen.
Ik durf moeilijke gesprekken aan te gaan, ook wanneer ik niet weet hoe ze zullen aflopen. Ik herken beter waar mijn grenzen liggen en voel steeds minder behoefte om ze voortdurend uit te leggen.
Ik laat mensen toe en durf me te laten helpen.
Ik geef ruimte aan mijn verlangen, zonder mijn leven stil te zetten in afwachting van een ander.
En ik merk dat mijn behoefte aan verbinding steeds minder voortkomt uit een gevoel dat er iets ontbreekt.
Ik zie hoeveel verbinding er al is.
Met mijn kinderen, mijn vrienden en de mensen die onverwacht op mijn pad komen.
Met mijn moeder, op een manier die recht doet aan wie we allebei zijn.
En met mijn vader, die op een bijzondere manier met me mee is blijven reizen.
Sinds die periode duikt de herinnering aan hem op de meest onverwachte momenten op. Soms in de vorm van een koolwitje dat ineens om me heen fladdert. Soms doordat ergens Seven Wonders van Fleetwood Mac klinkt.
Het gebeurt opvallend vaak op momenten die voor mij betekenisvol zijn. Wanneer ik een belangrijke stap zet, ergens naartoe ga waarover ik eerst twijfelde of iets meemaak dat me diep raakt.
Dan voelt het alsof mijn vader even naast me komt staan en zegt: 'Ja, hier moet je zijn. Ik ben er. Je kunt dit.'
Je kunt daar van alles van denken. Toeval, synchroniciteit, een herinnering die op precies het juiste moment bovenkomt.
Ik hoef er geen verklaring voor te vinden.
Ik kies ervoor om het te ervaren als een liefdevolle aanmoediging van mijn vader.
Omdat het me kracht geeft.
En het mooie is dat ik niet meer hoef te wachten op zo'n moment om in beweging te komen.
Ik maak mijn keuzes, volg mijn gevoel en ga op pad.
Soms verschijnt er dan een koolwitje. Soms klinkt dat liedje. En soms gebeurt er helemaal niets bijzonders.
Ook dan weet ik inmiddels dat ik verder kan.
De veiligheid die ik zocht, blijkt niet te liggen in de afwezigheid van stormen. Ze ligt in het vertrouwen dat ik mezelf niet kwijtraak wanneer het stormt.
Ik hoef niet meer overal omheen te bewegen. Ik kan erdoorheen. Door de pijn, het conflict, de onzekerheid en het niet-weten.
Ik geef me over zonder te gaan liggen.
En wanneer ik het licht even niet kan vinden, hoef ik niet onmiddellijk een oplossing te zoeken. Ik mag ook gewoon voelen wat er is.
Ik hoef niet zeker te weten dat het leven me geen pijn zal doen om me er toch voluit aan over te geven.
En daarmee kom ik terug bij mijn kerstwens van bijna twee jaar geleden.
Leven vanuit mijn hart, niet vanuit angst.
Ik dacht destijds dat ik daarvoor vooral moed nodig had. Die had ik ook nodig. Maar onderweg ontdekte ik dat er iets onder ligt.
Vertrouwen.
Het vertrouwen dat ik mezelf kan dragen, wat er ook gebeurt. En dat ik me daarbij mag laten dragen door de mensen die van me houden.
Ik ben niet langer uitsluitend op zoek naar een veilige plek in de wereld. Ik leer steeds meer zelf die veilige plek te zijn.
En juist daardoor ontstaat er ruimte.
Voor andere mensen, andere perspectieven en onverwachte ontmoetingen. Voor liefde zonder garanties, voor verdriet en voor mogelijkheden die ik vandaag nog niet kan overzien.
Ruimte om mezelf helemaal mee te brengen, zonder te eisen dat de ander hetzelfde ziet of voelt.
Om te blijven verlangen zonder te blijven wachten.
En om te genieten van alles wat er al is.
Want als ik terugkijk op de afgelopen twee jaar, zie ik wat ik heb verloren. Maar ik zie ook hoeveel leven ervoor in de plaats is gekomen.
De vriendschappen die zijn ontstaan. De mensen die me hebben geraakt. De gesprekken die ik nooit had willen missen.
De momenten waarop ik mezelf heb verrast.
Het plezier van dansen in de regen, koekjes eten als lunch en met mijn dochter achter een hotel staan wachten op een voetbalteam waarvan ik de coaches niet eens herken.
Ik zie mijn vader, mijn moeder en Rubi. En alles wat zij, ieder op hun eigen manier, in mij hebben achtergelaten.
Ik zie Tobias en Amy. De herinneringen die we samen maken, zonder te weten welke daarvan later het meest betekenisvol zullen blijken.

En ik zie het huis dat ik altijd heb willen creëren. Een thuis waar mensen graag samenkomen, waar lekker wordt gegeten en waar altijd ruimte is voor nog iemand aan tafel.
Ik moet denken aan The Nights van Avicii, waarin een vader zijn zoon iets meegeeft:
“One day you'll leave this world behind, so live a life you will remember.”
Die woorden raken me, juist omdat ik mijn eigen vader niet meer kan vertellen wat zijn voorbeeld voor me betekent. En omdat ik zelf twee kinderen heb aan wie ik iets wil meegeven.
Ik hoop dat ze later terugkijken op een jeugd vol warmte, liefde, plezier en verbondenheid. Dat ze zich de gesprekken herinneren, de mensen aan tafel, de gekke momenten en de dingen die we samen hebben ontdekt.
En dat ze vooral voelen dat ze hun eigen leven mogen leiden.
Zoals ik dat nu ook steeds meer doe.
Met een wagenwijd open hart.
Grenzeloos binnen mijn grenzen.
Ik weet niet wat er morgen op mijn pad komt, maar ik hoef het ook niet meer te weten om vandaag verder te gaan.
Want de ruimte die ontstaat wanneer ik de controle loslaat, is geen leegte die ik zo snel mogelijk moet vullen. Het is de ruimte waarin het leven me kan verrassen.
Geloof. Hoop. Liefde.
🤍 It all starts with one conversation 🤍
Blijf in beweging. Wil je regelmatig een dosis zachte scherpte en reflecties in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor mijn Liefdesbrieven en blijf verbonden met de magie in jou.